Rolfluitje.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

U kent ze vast wel, rolfluitjes. Plastic mondstuk en als je daar in blaast ontrolt zich een slang van papier. Tegelijk de tergend hoge tonen uit het plastic mondstuk. Zo klonk hij, als een rolfluit en daarom droeg hij ook die naam: Rolfluitje.

Van de zes kuikens die de tweede week van mei werden geboren waren er twee een haantje. Als snel werden de vuurrode kammetjes zichtbaar en natuurlijk het echte haantjes gedrag. Dat zit er al heel vroeg in. Nu hebben we al een haan die de naam Bello draagt en waarvan wij nu al kunnen voorspellen dat hij geen enkele concurrentie zal dulden. Er is bij ons dan ook het besef dat wij deze nieuwe haantjes met veel liefde gaan opvoeden en daarna zullen moeten slachten ter gebruik voor consumptie. Meerdere hanen wordt namelijk een bloederig drama. Dat weten wij van de kenners. 

Weleens helemaal in een scheur gelegen? Vroeg in de morgen? Nog voor de zon op is? Ik wel. Van Bello weet ik dat hij zijn geluid moet opstarten voordat hij echt luid gaat kraaien. Dat is grappig om te horen. Maar de eerste klank probeersels van Rolfluitje waren absoluut het grappigst. Een hoog piepend geluidje. Dat was alles. Niets Kukeleku!!! Hoewel de toonverschillen wel hoorbaar waren kwam er toch geen geluid van iets dat je gekraai zou kunnen noemen. Meer een fluitkip (vrij naar het woord van Bert die elke vogel een fluitkip noemt). 

Naar bleek was Rolfluitje het andere nog niet kraaiende haantje met overmacht de baas. Nu hebben de kippen hier rondom het huis en een stuk daarbij alle ruimte om rond te scharrelen. Maar Rolfluitje wilde meer. Over het hek is een andere wereld. Daar is de boomgaard, de moestuin (zeer verboden kippen gebied) en het pad naar de bosrand waar alle gevaren van de boze buitenwereld schuilgaan. Zoals roofvogels en andere kippenetenden roofdieren. Rolfluitje lokte zijn toom van vier kipjes en het niet kraaiende haantje elke dag over het hek om de wijde wereld te verkennen. Nu kan het binnen het hek ook best gevaarlijk zijn. Neem de buizerd die vorige week nog een noodlanding plande bij het kippenhok. Of de honden van Brgigi die waren binnen geslopen en terloops een andere haan sloopten. Of dat andere monster dat bijna onze hele toom om zeep bracht. Welnu er ligt van alles op de loer. Overal. Maar binnen het hek hebben we er toch net iets meer zicht op. 

Gisteren renden ze in paniek de tuin binnen. Het niet kraaiende haantje en de vier kipjes. Ik liep naar het hek en zag mijn vermoeden bewaarheid worden. Een staartveer en wat donzige veertjes als stille getuigen op het gras. Rolfluitje was ingeslikt. Verorberd. Door een kipetend beest. Het moet een kleine snack geweest zijn want een haan van  twee en een halve maanden oud is echt geen vette hap. Waarschijnlijk een vos, want die is gesignaleerd.

Het hek is verhoogd. De kleinste gaatjes gedicht. Het wakker worden is een stuk ongezelliger geworden.

Picture 3

Rolfluitje, rechts staand naast zijn meisjes en de niet kraaiende haan.

Mip.

 

 

Avonturen in Budapest.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het is alweer een paar weken geleden dat wij voor een paar dagen in Budapest waren. Er was een tuinfeest bij Imre en Zsuzsa ter gelegenheid van de opening van een tentoonstelling. De dag erna hadden we een afspraak met Sándor om de de ruimte te bekijken voor Hans’ eigen tentoonstelling. De avond was feestelijk en plezierig. De nacht was wat onrustig.

Zsuzsa nam ons mee naar de beneden verdieping waar de logeerkamer gelegen is. Een ruime kamer met douche en sauna gelegen aan de prachtige tuin. Het bed, zo vertelde ze, was gemaakt van antieke dakbalken en speciaal op de lengte van Hans gemaakt. Ik wees naar de enorme rode sofa en grapte als Hans die nacht vervelend zou zijn dat hij daar ook met gemak zou kunnen slapen. Ze lachte. Morgenochtend om zeven uur ontbijten we met elkaar. 

We lagen nog maar net in bed toen we een tikkend geluid hoorden. Even stil en toen weer. Ik zocht de lichtknop, keek onder het bed of zich daar misschien iets beestachtigs zou kunnen bevinden. Niets te zien. Bijna in slaap. De tikken werden feller en sneller achter elkaar. Toen een hoop gekraak en een plof. Licht aan. Een blik onder het bed. Daar zag ik dat de lattenbodem aan de slaapkant van Hans schuin over de grond lag. Ik keek naar Hans die schuin tegen de muur lag. Lig je lekker? vroeg ik met een besmuikte glimlach. Trek me maar op, ik kan er niet uitkomen op deze  manier. En daar stonden we dan midden in een slaapkamer van een villa in Budapest, naast een bed dat doorgezakt was en nog nooit beslapen was geweest. Nu was mijn kant van het bed nog in orde, hoewel het matras wel wat schuin afliep. Ik bood mijn plaats aan maar Hans besloot alsnog de grote sofa te kiezen en zo sliepen wij gescheiden van elkaar toch nog een paar uurtjes door.

Om half acht schrokken we wakker. Met de vaart van een raket waren we gewassen en aangekleed.. Op de trap klonk Hans’ telefoon. Het was Zsuzsa die belde vanuit de bovenverdieping. Ik ben in het penthouse. Kan ik naar beneden komen? Is alles goed bij jullie?  Met enige verbazing vertelde Hans dat alles in orde was. Schoorvoetend kwam ze de keuken binnen en bekeek ons met enige argwaan. Ik was om kwart voor zeven bij jullie in de slaapkamer om jullie te wekken. Toen ik Hans op de grote sofa zag liggen ben ik maar weer snel weggegaan. Met tranen in onze ogen en de slappe lach vertelden wij over ons nachtelijk avontuur. Het bed is ondertussen gemaakt en de geruchten over wilde avonturen in de nacht doen nog steeds de ronde.

De afspraak met Sándor was om negen uur die ochtend in het gebouw van een grote verzekeringsmaatschappij waarvan hij directeur generaal is. Om midden in de grote stad zeker een parkeerplaats te hebben had Sándor onze auto aangemeld bij de portier, zodat we een plek in de personeel/gasten parkeergarage hadden. De portier bekeek ons met een schuin oog en wilde ons eerst niet doorlaten. Maar toen hij datzelfde oog gebruikte om op zijn aanmeldingslijst te kijken zag hij dat de nummerplaat en het nummer op zijn papier overeen kwamen. We mochten door. Eenmaal in het gebouw stuitten we op nog een portier en een receptioniste. Die receptioniste had zulke lange kunstwimpers dat ik bang was als zij er mee zou knipperen dat er een storm zou los breken in het gebouw. Haar arrogante blik gaf ons weinig goedkeuring. Bij het horen van de naam van Sándor snoof ze nog eens en tikte met haar glitter heksachtige lange kunstnagels op de toetsen van haar telefoon. Dat was niet nodig want Sándor verscheen al in de gang. Elegant, aardig en voorkomend. Hij begroette ons uitbundig en nam ons aan de hand naar het restaurant voor een ontbijt terwijl hij in de koffiebar koffie voor ons haalde.

Hans kreeg uitleg over de drie ruimten die hij mag gaan gebruiken en tijdens de rondleiding werd hij steeds enthousiaster en bedacht ter plekke dingen die gedaan kunnen worden tijdens de opening die op die dag ook nog eens naar oktober werd geschoven, omdat dat een betere maand is dan september. Na ruim twee uur namen we afscheid met de belofte elkaar tussendoor nog te treffen. Bij het verlaten van het gebouw zwaaide juffrouw stormwimper ons na. Heel enthousiast. 

Diezelfde dag hadden we nog een leuk treffen. En wel met vrienden P&K die sinds enige tijd in de stad wonen en werken. We spraken af bij de Walwis aan de Donau. De Walvis, een ontwerp van een Nederlandse architect, is een luxe winkelcentrum met verschillende etages waar de winkelleegstand toch wel opvallend is. Maar de terrasjes aan de waterzijde overvol. We kozen voor de Belgische bier bar en troffen elkaar daar. Het weerzien was fantastisch. Ondanks dat er zoveel te vertellen en te vragen was lukten het ons toch nog om in een goed restaurant niet ver van de Walvis heerlijke gerechten te eten met bijbehorende drankjes. Een mooie combinatie van prettig, fijn en lekker. 

Hoe het verder gaat met de tentoonstelling weten we later. En hoe het gaat met het Cuba boek van Hans, daar zal ik de volgende keer meer over vertellen.

Mip

 

 

 

Een vraag die een mens wakker kan houden.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Is het toegestaan om een hond, een sul onbenul die geen vlieg kwaad doet, met veel geschreeuw en gevloek op militair niveau tot stilstand te brengen en de hond in elkaar gedoken daarna met een felle trap, omdat hier sprake is van iemand die aan verdedigingssport doet, van je terrein te trappen?

Dat is een vraag die een mens wakker kan houden.

Mip

 

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Knabbel & Babbel, zo werden mijn zus Tonnie en ik vroeger nog weleens genoemd. Nu had ons hele gezin redelijk vooraan gestaan bij het uitdelen van overbeten, maar wij samen spanden toch wel de kroon. Als kind lachte je dan gewoon achter je hand, zodat de overbeet onzichtbaar werd. Maar we lachten gewoon teveel, dus die hand verdween weer naar de achtergrond. Mijn oude tandarts wilde in de weer met beugels en dergelijke om de overbeet tot een heel gewone beet te maken. Het kwam er nooit van. Mijn latere tandarts, zelf trouwens behept met een prachtige overbeet, overtuigde mij uitvoerig en veelvuldig om niet over te gaan op bestrijding van de overbeet. Hij sprak over misvorming, overhangende lippen,. Zaken die mij tot diep nadenken brachten.  Ik liet het zoals het was. Ik hou nog steeds van mijn latere tandarts, dat snapt u. Ik zou niet meer op mijn eigen familie lijken en zeker niet meer op Tonnie.  

Knabbel & Babbel zijn steeds terugkerende namen hier in huis. Zoals vorige week toen het stookhout voor het komende winterseizoen werd gestort. Of de moestuin, die straks dan weer allemaal lekkere dingetjes zal opbrengen. Of, zoals ik al vele jaren doe, het verzamelen en drogen van allerhande wilde bloemenzaad. Over dat laatste wil ik het graag hebben.

Naar bleek zijn wij niet de enige K&B. Vorig jaar kregen we, na een oproep van Hans op facebook, enveloppen vol met zaden toegestuurd. Maar ook de facebook vriend die met zijn zoon het hele internet afstruinde en overal waar mogelijk kleine zakjes zaad kochten en dat per hele doos naar ons toestuurden, ook zij vallen onder die categorie. Het zou een weelde worden en het werd een ramp. Na het inzaaien viel er geen drup regen meer, stak de wind op en ging voorlopig niet meer liggen. Daarna werd het heet, bleef die wind maar waaien en viel er nog steeds geen regen. Toen er wel regen kwam was er Ambrosia. Een plant met de snelheid van bamboe die geen enkele andere plant het leven gunt en waar ontzettend veel mensen allergisch voor zijn. Ik bukte en plukte zonder te zuchten dagen achter elkaar en trok met alle liefde die rot planten met wortel en al de grond uit. Het waren er veel, heel veel. Uiteindelijk kwam er wel wat op, maar niet in die hoeveelheden die we gezaaid hadden. In oktober trok ik met een mand het veld in en verzamelde zoveel als mogelijk was. In de moestuin had ik gelukkig een aardige verzameling staan en ook die verdween in de mand om eerst eens lekker droog te worden. In november maaide Hans alles tot aan de grond weg en in december zaaide ik de hele boel opnieuw in. Dat was dus vorig jaar. En nu?

_CUL9946

Ik hou van de man die zulke platen kan maken en die oog heeft voor schoonheid.

_CUL9970

Korenbloemen, wilde salie, klaprozen, goudgele klaver! Met dank aan Peter S, die ons ooit het boek Wilde bloemen op kleur cadeau deed. Mijn kennis wordt elk jaar groter.

_CUL9947

_CUL9954

De bijenstand. Geen bij, geen eten. Zo makkelijk is dat. Hier zijn ze in grote getale en rollen zich gulzig door het stuifmeel. Noem mij maar één reden waarom je geen wilde bloemen in je tuin zou willen.

_CUL9989Een vlinder op de Grote Centaurie, de hele tuin staat er vol mee.

_CUL9982En ik? Ik mag daar in de vroege ochtend zomaar doorheen wandelen. Samen met drie honden. En de man die zoveel oog heeft voor schoonheid. 

_CUL0024

En als ik thuiskom zie ik dit. 

_CUL9733

En dit.

Eenmaal binnen werkt Hans dag en nacht door aan zijn fotoboek over Cuba. De laatste pagina’s zijn in zicht. Het resultaat tot nu toe ziet er fantastisch mooi uit. En als straks in september de tentoonstelling met weer heel ander groot werk geopend wordt, kunnen we zeggen dat 2016 best wel een leuk jaar is. Het is best wel aardig wonen in Hongarije. 

Mip

 

 

Ongewoon Moederschap.

_CUL9733

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

We hebben baby’s! We hebben baby’s! Klonk wel wat vreemd uit mijn mond. Toch kwamen die woorden daar vandaan. Hans schrok zich rot, omdat hij iets heel anders verstond. Dat ik baby’s wilde dacht hij te horen. Ik sleepte hem als het ware bij zijn lange haren naar het terras. Er was niets te zien in de mand. Natuurlijk wel twee moeders maar geen baby’s. Ik had ze gezien, ik wist het zeker. De aanstaande krielkipmoeder optillen is geen probleem maar Grote Kip vraagt toch meer aankleding. In de zin van veiligheidshandschoenen en misschien ook zelfs wel een veiligheidsbril met voor de zekerheid nog een vet lederen motorpak. We begonnen met handschoenen, want die hebben in huis. Samen liften we Grote Kip voorzichtig omhoog. En daar liepen ze, twee donzige kuikens, een dag te vroeg geboren. We plaatsten de kip terug op haar eieren en waren hoopvol voor de volgende dag. De ware geboortedag na 21 dagen broeden.

Het werden er zes waarmee het volgende probleem al in mijn hoofd opdoemde. Grote hoge mand, op een hoge tafel, buiten op het terras. Een kuiken heeft in dat geval meer vijanden dan vrienden. Poezen en een hond genaamd Sissi. Dat is vanaf de grond. Dan kwam ik de week ervoor ook nog een anderhalve meter lange slang bij het houthok tegen die ik in de dierentuin, heel lang geleden, ook nog weleens kuikens heb zien eten. Vanuit de lucht wil een buizerd of een andere roofachtige vogel ook nog weleens trek krijgen in een lekkere snack. Wat te doen? We hadden geluk want het werd koud, het ging regenen en keihard waaien. Geen kuiken die zich dan onder de moeder vandaan worstelt om die warme kachel te verlaten.

Vorige week zondag. Mooi weer. Lekker warm. Een fijne dag om de eerste uitstapjes te gaan maken en de wereld te verkennen. Ik zag kuikens op de tafel wandelen en vroeg me af hoe die dan terug moesten komen. Ik pakte kratten en het antihondenhek voor de deur. Brigi keek nieuwsgierig mee en we wisten dat dit niet de oplossing kon worden. Waarom niet onder het kippenhok? Maak je daar een deurtje en iedereen is veilig. Was haar suggestie. Aan zo iemand heb je wat, die begint met denken als het bij jou even ophoudt. Ik lichtte Hans in en niet veel later was er een mooie plank helemaal pas gemaakt om de nieuwe behuizing te betrekken. Ik belegde de vloer met een flinke laag stro, een bakje voor het voer en voor het water. Alles helemaal in gereedheid.

Alle kuikens in de mand, zodat vervoer snel geregeld kon worden. Beiden moeders stonden op tafel met ogen die tot moord in staat waren. Ik pakte de krielkipmoeder en verhuisde haar naar de nieuwe woning. Maar Grote Kip liet zich niet vangen. Die gaat vanzelf wel naar haar kuikens zei Hans. Maar het tegendeel was waar. Ze begon de kuikens te lokken en daarna te schreeuwen, te gillen, te tieren. Zo hard dat het door merg en been ging. Bello de Haan deed er met zijn grote bek ook nog eens een flinke schep bovenop. Alle kippen in rep en roer. We besloten haar te vangen, maar daar dacht zij toch wel iets anders over. Hans stond klaar met een doos, ik maakte een onverwachte beweging en daar zat ze. Boven op de muur richting buurvouw Ilonka. Hans rende erheen om haar op te vangen. Maar ze bedacht zich, sprong weer in de tuin en ging verder met haar serenade in c. Ondertussen vroeg Ilonka of Hans haar moestuin wilde bewonderen, maar de tijd dwong hem om de jonge moeder op te vangen die al lang weer terug was op eigen grond. Brigi trok zich langzaam terug maar wierp ondertussen nog wel een blik door het raam, om met een brede glimlach te genieten van ons, klooiende Hollanders. Na veel heen en weer rennen, kippenhok in en uit, weer terug de tuin in, besloot Grote Kip een duik te nemen achter de plank en wandelde zo haar nieuwe woning in. Plank ervoor, stevig dicht, zodat er niets in kan en ook zeker niets uit kan.

Nu was het duo broeden goed gelukt, bleef alleen nog wel de vraag of het duo-moederschap ook een succes zou worden. Hongaren raadden het ons af. Gewoon één moederkip weghalen. Zij kenden niemand bij wie het gelukt is. En nu kennen ze wel iemand bij wie het gelukt is. Ze doen het fantastisch samen en de kuikens worden nu tweetalig opgevoed. Want elke moederkip heeft haar eigen taal. Ik bedacht ineens dat ik het ook best wel heel fijn had gevonden als ik twee moeders had gehad. Een Hollandse en een Hongaarse. Zou me minder zweetparels kosten bij Hongaarse les.

Mip

 

 

Omgaan met teleurstellingen.

KortLevens verhalen  en andere dierenvertellingen.

Ooit las ik dat moestuinierders heel goed kunnen omgaan met teleurstellingen. En dat klopt helemaal. In mijn geval dan. En ook zeker in het geval van vriendin E, die er ongeveer op dezelfde manier mee omgaat. Ook dit jaar was er weer een test van de natuur.

Het woord “teleurstelling” zegt het al. Of kijk naar deze lijst met synoniemen. Hoewel, er staan geen vloeken of versterkende taal bij. Het zal wel geen netjes Nederlands zijn.

Picture 7

In het Hongaars is het dit:

Picture 9

Maar dat heeft meer de betekenis “een koude douche”.

Eszti vroeg vandaag of Ron en Arwen teleurgesteld waren, omdat het niet zulk mooi weer was geweest  tijdens hun verblijf. Ik vertelde dat ze hier niet voor het weer komen maar voor ons en om te klussen natuurlijk. Dat mooi weer dan fijn is meegenomen zal ik niet ontkennen, maar zeuren doen ze nooit. Zodra ze maar buiten kunnen zijn is het al fijn genoeg. Eszti dacht dat ze kwamen om te zonnebaden en leek verbaasd. Waardoor ik nog verbaasder was. Het is de negende keer en al die keren zijn ze altijd bezig geweest met van alles. Dit keer is bijvoorbeeld het kippenhok aan de binnenkant gewit en is de aanbouw waarin de leghokjes verwerkt zitten ook helemaal vernieuwd. Is er nieuwe trap naar de toegang van het hok gemaakt. Sluit de poort bij het hek voor weer normaal. Is er een nieuw “belhuis” getimmerd, zodat de bel zonder veel problemen kan functioneren ondanks de regen. Is het hek naar de achtertuin “Sissi proof” gemaakt en zit er een nieuw slot op. Is het gras gemaaid, is er onkruid getrokken, zijn er nieuwe planten ingezet. De houten schutting had ik vorige keer al genoemd en zal ik op dit moment nog veel meer dingen vergeten die gedaan zijn. Hoezo teleurgesteld? Ik legde uit dat vriendschap meer is dan een zon alleen. Dat vriendschap enorme warmte geeft en dat daar geen zon tegenop kan.

Waar je het ook warm van krijgt is twee kilo walnoten kraken. Daar weet Arwen alles van. En toen we daar samen ruim een liter olie van perste hadden we een handdoek nodig om de haren te drogen. Maar ook van dansen kregen we het warm. Het was de dag dat Hans eindelijk zijn geluidsinstallatie na negen jaar van zolder haalde. Ik hield het steeds tegen, omdat ik geen zin had in nog meer snoeren door de woonkamer. Hij sloot de installatie aan in zijn werkkamer en nog diezelfde avond dansten wij ons in het zweet op de muziek van Sandford & Son met het opzwepende I will wait. En zaterdagavond kon er weer gedanst worden. Tijdens een bluesoptreden van een bevriende gitarist. Hij speelde in een restaurant in Pécs waar het eten lekker was en de muziek verrukkelijk. En zondag was het ook warm door het fantastische maal waar P&E ons voor hadden uitgenodigd. Dat het die dag regende kon ons niet deren. Mooie vriendschap geeft zoveel warmte, daar kan geen zon aan tippen.

En inderdaad het aanschouwen van bevroren jonge plantjes in de moestuin en bevroren bomen met zwarte bladeren geeft een gevoel van teleurstelling. En dan vloek je eens hartgrondig, schudt je vacht eens flink uit en daarna steek je de armen uit de mouwen om opnieuw te beginnen. Niet lullen maar poetsen blijft een mooi Rotterdams gezegde. En zo handelen we dan ook.

Vrijdag. De zon scheen uitbundig, de temperatuur klom langzaam omhoog. De spullen ingepakt. Tijd om weer naar huis te gaan. Dat was eigenlijk wel een teleurstelling, omdat de tijd weer voorbij was gevlogen. Maar tegelijkertijd wetend dat er weer een volgende keer zal komen biedt dat ook weer troost. Hun reis ging in horten en stoten, omdat er zoveel files onderweg waren. Maar ze kwamen behouden thuis, dat is toch belangrijker. 

Zaterdag verwachten wij baby’s. Kleine gele kippenbaby’s. Volgens de Hongaarse vrouwen moeten er 21 eieren uitgebroed worden. Vraag me niet waarom. Onze jongste kip had haar plaats bepaald. In de legmand op tafel op het terras. Ik vond in de buitenlucht niet zo’n heel goed idee dus sleepte ik nieuwe broedmanden aan in de garage. Wel eens een broedse kip ziedend van woede zien en horen worden? Welnu, die geef je zo snel mogelijk haar zin. Wat een fanatisme. Maar dan die 21 eieren. Zelf had ik er elf en Eszti gaf er tien bij. Ik droeg het doosje voorzichtig naar huis waar zojuist bekenden van ons de tuin hadden betreden. De man in kwestie omhelsde mij uitbundig. Ja, ik had die doos natuurlijk meteen neer moeten zetten, maar zoveel enthousiasme kom je ook niet elke dag tegen. In de omhelzing verloor de doos het evenwicht en als een wonder bleven er twee eieren heel. De honden een mooi voorgerecht, die waren absoluut niet teleurgesteld. Het broeden begon nu met dertien eieren. Twee dagen later werd ook een krielkip broeds en zonder overleg schoof ze aan in de mand. Ze broeden nu duo en ik ben benieuwd hoe ze dit gezamenlijke moederschap gaan oplossen. Het zal vast geen teleurstelling worden. 

Mip

Wintersport.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was de dag dat de zon nog scheen en het 24 graden was. Ze waren twee dagen onderweg geweest. Met een tas vol korte broeken, bikini, zwembroek, dikkere truien en lange broeken voor de avonden. De caravan was schoon, het gras gemaaid,

Het is alweer de negende keer en het weerzien was fantastisch en is fantastisch. Hoewel de weervoorspellingen niet al te best waren haalden wij onze schouders op. Niet zelden klopt er weinig van die voorspellingen.

Picture 3

Al die jaren dat ze hier hun meivakantie doorbrengen heeft het best weleens geregend. En natuurlijk was er ook wel een koudere dag tussendoor. Maar dit jaar is alles anders. Het is koud, nat en guur. Er is zelfs flinke vorst in de nacht geweest. Met als gevolg dat veel bloesem en bladeren bevroren zijn. Jonge plantjes als natte dweilen op de aarde liggen en bijna alle notenbomen (vries)verbrande bladeren hebben. Maar ook sommige druiven die al vrucht droegen zullen dit jaar geen druif geven en zeker geen wijn.

Maar zodra de regen weg is getrokken en de zon een beetje gaat schijnen zijn we buiten. Arwen, verdiept zich net als alle jaren in het ongewenste kruid en maken wij plannen voor het invullen voor de moestuin. Terwijl Ron zich sterk maakt voor het afmaken van de schutting waar vorig jaar een start mee gemaakt is. Klussen, dat is wat ze willen. Maar het liefst natuurlijk wel met een beetje zon op het gezicht. 

Picture 4

Projecten, elk jaar weer wil hij projecten. Dat is fijn voor hem en heel erg fijn voor ons natuurlijk.

Picture 5

Het stukje grond voor het huis wordt klaar gemaakt voor de “Proeftuin”. Heerlijk weer was het toen wel.

Het is heerlijk dat ze er zijn en fijner nog dat ze nog een week blijven. Vandaag nog koud en nat. Maar morgen gaat de zon schijnen en wordt het lekker weer. U zult ons niet in huis vinden, maar de hele dag buiten. Opnieuw inzaaien wat door de vorst is dood is gegaan en veel kweekgoed dat nu nog binnen staat zal dan eindelijk de grond in mogen. 

De bikini’s, zwembroeken en korte broeken blijven nog even in de koffer. Het lijkt verdorrie wel wintersport. Maar we hebben het goed met elkaar en die warmte zou ik toch voor geen goud willen missen.

Mip