De laatste dag. Het eindpunt.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

We reden rond half acht in de morgen weg. De weervoorspellingen waren gewijzigd, zoals zo vaak. Maar ook dit keer, net als zaterdag, was de wijziging in ons voordeel. Niet al te warm, geen regen maar wel wat wind. Geen beter weer om de laatste wandeling naar Gyugy te maken. Maar we reden eerst naar Öreglak, het dorp waar de groep de laatste overnachting had.

De glooiende weg in de richting van het Balatonmeer was toch iets meer glooiender dan ik in gedachten had. In mijn herinnering was het vlakker. Herinneringen blijken niet altijd te kloppen. Of misschien was ik er toen minder mee bezig, dat zal het zijn.

We reden op de afgesproken tijd het dorp binnen waar een flinke groep mensen zich aan het verzamelen was. Veel nieuwe gezichten, maar de bekende moesten we natuurlijk eerst flink begroeten. Het voelde goed om elkaar weer te treffen. De basisgroep, van tien mensen die alle dagen hadden gelopen, vertoonden wat vermoeide tekenen. Ja, pijn hadden ze zeker in spieren en sommigen in hun voeten, maar niets zou hen kunnen tegenhouden deze laatste dag vol te maken. De wandelgroep groeide aan tot dertig mensen. Jong en ouder. Vrienden van Bence. Van dezelfde leeftijd. Prachtig jong gespierde sportieve lichamen. Het deed bijna pijn ernaar te kijken en me te realiseren dat ook Bence ooit in zo’n prachtig lichaam had gewoond. Dat was voor de kanker.

Na de groepsfoto gingen we van start. De sfeer was anders dan zaterdag. Oh ja, de motivatie was er volop. Maar toch, vandaag was de wandeling naar het eindpunt die nog 21 kilometer voor ons lag. De eerste afslag was er eentje van de eerste categorie. Een helse klim, niet al te lang maar wel ontzettend steil. Het was even doorbijten en op adem komen. Nog in de klim belde Hans die klaar stond om de groep op te vangen om ons in volle actie te fotograferen. Hij vertelde dat hij mij niet kon verstaan en dat klopte ook, omdat ik bijkans buiten adem een telefoongesprek moest voeren, tegelijk de klim moest maken en ook nog eens tegelijk moest rondkijken of ik hetzelfde zag als hij. Gelukkig zagen we elkaar snel en de klim was over. Daar vormden we weer een groep, omdat niet iedereen in dezelfde conditie verkeerde. We haalden het allemaal en niemand klaagde.

Tijdens de wandeling ontstonden mooie gesprekken. Sommigen spraken Engels wat voor zowel Ron als Arwen heel fijn was om een goed verstaabare conversatie te hebben. Soms gaven we elkaar een zoen als teken dat het zo fijn voelde om hierbij te horen. De energie te voelen en de vriendschap te ervaren. Dan gingen we weer ieder ons weegs om elkaar tijdens een klim weer tegen te komen. De kilometers gleden onder onze voeten door terwijl we tegelijk genoten van de enorme schoonheid die aan ons voorbij gleed.

Het einde naderde. Nog één klim. Eenmaal boven klopte mijn hart nog sneller dan bij welke klim ook. Ik zag Vali wilde bloemen plukken. We omhelsden elkaar en tranen stroomden als vanzelf. We waren er. De plek waar het allemaal om begonnen was. Het herdenkingsmonument van Bence. Een foto, gemaakt, niet zolang voordat hij ziek werd. Een echte spetter in een prachtig lichaam, een jongen die zin in het leven had.

Op de herdenkingsplek hadden zich nog meer mensen verzameld. Vrienden die de tocht niet mee hadden kunnen lopen, om redenen. Zoals Hans, die zo graag de energie had willen opzuigen tijdens de wandelingen. Maar nu was hij er en voelde de kracht die niet verslapte.

Vali en Zoli probeerden beiden een speech die door hun tranen werden opgeslokt. Gergö, zijn broer en hun oudste zoon, las een gedicht van Bence voor dat hij tijdens zijn ziekbed geschreven had. Ik heb het gedicht in het boek dat Vali geschreven heeft. De zondvloed van zijn tranen konden de woorden niet brengen die hij zou willen. Het gedicht verdronk erin. Ook Zsofi, de vriendin van Gergö, had mooie woorden geschreven, ook haar woorden vloeiden als water weg. Maar iedereen begreep wat er gezegd had moeten worden.

En wij allemaal, zaten op het gras en lieten onze tranen stromen toen de muziek de stilte doorbrak. Mooie muziek, engelstalig, die past bij een jongen van zeventien.

Langzaamaan maakten we aanstalten om te vertrekken wat voelde als losrukken van iets waar je geen afscheid van wil nemen. Een gevoel dat je voor eeuwig in je hart zou willen sluiten. Om nooit te vergeten hoe het is om zoveel liefde en zulke warme vriendschappen te ervaren. Een gevoel dat alles teboven gaat.

Mip

klaar voor het grote moment.

Gemotiveerd. Elke stap.

Nog even een hap voor de grote route.

Aankomst op de herdenkingsplaats. Tulpen, zoals we Bence beloofd hadden.

Verdronken woorden die door iedereen begrepen werden.

Troost, een woord dat de hele lading dekt.

Een heel hecht gezin.

De vader wiens dochter van vier bij Bence in het ziekenhuis lag. Ook haar gedenkteken is hier.

Op de voorkant van hun t-shirt is te lezen: Strong Stonger.

 

 

Pelgrimstocht. Zarándoklat.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Op 20 april was het alweer zo ver. Ron en Arwen zijn wederom aangeland in ons land. Op een plek, bij ons dus, waar altijd wel wat te doen valt. En dat doen ze dan ook ieder jaar weer. Armen uit de mouwen, maar eerst hun eigen plek rond de oude caravan opbouwen. Eigen maken. Thuis voelen. Daar zijn ze steengoed in. Lekker in alle rust hun eigen ontbijtje maken en opeten natuurlijk. Bakken hun eigen brood, zodat ze met de lunch altijd lekker knapperig vers brood hebben (Koos die broodmachine is fantastisch! Ik zal geen zout in de wonden wrijven, maar wij/zij zijn er heel blij mee). En die lunch hebben ze keihard nodig want al dat werken en klussen daar krijg je enorme trek van. Wat bij mij altijd weer verbazing en tegelijk verwondering oproept, omdat hun werk in het onderwijs echt geen kattepis is. Toch is het dit jaar iets anders dan voorgaande jaren. Er was namelijk een plan, een ontzettend mooi plan.

Zo’n twee maanden geleden kwam er een vraag van Valéria en Zoltán. Na het overlijden van hun zoon Bence, die slechts zeventien jaar is geworden, zijn zij niet verdronken in hun eigen verdriet maar hebben dit omgezet in een energie waarbij familie en vrienden betrokken worden en er als vanzelf in mee gezogen worden. Ze wilden heel graag dat Hans en ik daarbij zouden zijn. Als vrienden van Bence en als vrienden van het gezin. Hans zou het met liefde hebben gedaan maar zijn lichaam zou het zeker niet toestaan dat deze onderneming zou slagen. Maar foto’s maken, dat zouden ze ook heel fijn vinden. Bij mij kwam de vraag binnen als een zonnestraal na een donderbui.

Vorig jaar zou Arwen de vierdaagse van Nijmijgen gaan lopen, dat zou in juli zijn. Omdat ze in een trainingsschema zat wilde ze graag tijdens haar verblijf hier (zo elk jaar rond eind april en de eerste week van mei) haar schema voortzetten om goed beslagen ten ijs in Nijmegen van start te gaan. Natuurlijk wilde Ron haar daar in steunen maar niet met elke wandeling. Nu ben ik wel beweeglijk maar niet echt een met spek doortastende wandelaar. Toch prikkelde haar wandelingen mij in dien mate, dat ik echt zin kreeg om met haar mee te lopen. Ze had er flink de pas in die ik al hijgend volgde. Maar gaande de wandelingen werd het hijgen minder en de prikkel om verder te lopen groter. Ik raakte geoefend maar zeker niet getraind. In juli van vorig jaar liep Arwen vol trots de eerste keer de vierdaagse van Nijmegen helemaal uit. En dat bracht mij op de volgende vraag.

Een klein berichtje was voldoende. Daarna volgde de vraag. “Heb jij zin om voor één dag een pelgrimstocht mee te lopen?” Juist omdat het precies met hun verblijf hier in Hongarije samenviel. Het antwoord was JA. En zo gingen wij afzonderlijk van elkaar in training. Ik kreeg allerhande goede tips wat vooral te doen en wat vooral niet te doen. Ze checkte af en toe mijn afstanden (die ik met hond Bence of hond Sissi liep) en klonk niet ontevreden. Zaterdagmorgen om acht uur was het zover. De tocht zelf duurt vijf dagen en heeft een afstand van ca. 160 kilometer. Van Pécs naar Gyugy vlak bij het Balatonmeer, de plek waar Bence een plaats heeft waar hij voor eeuwig herinnerd wordt.

De groep bestond uit 18 mensen. Vrienden en familie. Na wat handen schudden en een kleine introductie van iedereen liepen we eerst naar een nog maar net geplante amandelboom aan de voet van het Bisdom waar vandaan wij zouden vertrekken.. Nadat Hans en Ron ons uitzwaaiden en iedereen een goede reis hadden gewenst gingen we op weg. Nog voor de eerste steile helling ging er een platvinkje palinka rond. Wij sloegen over. Alcohol en sport vonden wij beiden niet zo’n goede combi.

We gingen op weg naar Szentkatalin. Een wandeling van ruim dertig kilometer door het Mecsek gebergte. Het weer zat mee, het was zeker niet te heet en de verwachte regen bleef uit. Na ongeveer 500 meter recht omhoog in de stad vroeg ik al aan Arwen of we er al waren. Ze keek me schuin aan, ik lachte. Nooit geweten dat die stad zo steil was. We rijden er meestal met de auto en dan neem je allerlei bochten om vervolgens op de juiste plek te komen. Maar nu gingen we over paden, steile trappen, nog meer steile paden en nog meer steile trappen. In mijn hoofd spookte de woorden “niet genoeg geoefend”. Maar eenmaal bij het standbeeld stonden er toch wel heel wat mensen even voorover gebogen met hun handen op hun knieen om even op adem te komen. “Is het te hard?” Vroeg Valéria lachend. Ik toonde mijn spierballen en zei: “Ja, maar ik ben harder”. En zo liepen wij af op één van de mooiste Hongaarse ervaringen. Met klimmen en dalen door miljoenen, mijoenen bloeiende daslookplanten die vlakbij ons vertrapt werden door een stelletje dolle wilde zwijnen op de vlucht. Gaande de wandeling werd de sfeer prettiger en fijner. Heerlijk om hier onderdeel van te zijn. Er werd vooral ook veel gelachen en de ontspanning was op alle fronten merkbaar.

Nog maar net onderweg merkte ik op dat het gelukkig niet zo modderig was, ondanks de heftige regenval van de dag ervoor. Maar eenmaal een stuk verder sopten en slipten wij een modderpad af die onze schoenen bijna uitzogen. Arwen, met toch wel een in sport gegoten lichaam, liep schuin voor mij en zag haar glippen en glijden. Zwaaiend met haar armen probeerde zij zich overeind te houden. Dat lukte ook wel maar door de slappe lach leken haar benen ook slapper. Snikkend en gierend hielden wij elkaar overeind terwijl ik riep: je lijkt Bambi wel! Die scene op het ijs samen met Stampertje. Even keken we nog achterom en inderdaad, we waren gezien. Maar wij zagen van hen hetzelfde als zij van ons.

De stops onderweg waren kort en eentje was wat langer. Dat was bij een terras in Abaliget. Grote bieren verdwenen in de mannen. Ik bedacht als ik dat zou doen ik waarschijnlijk om mijn buik het laatste deel van deze tocht zou moeten afmaken. Dan maar een pittge koffie.

Het laatste deel van de tocht ging over grazige weiden met glooiende landschappen. De klimmen waren straf maar niet onneembaar. De afdalingen waren ook straf maar we lieten ons niet afschrikken. Tegen half vijf zagen wij het verlossende bord “Szentkatalin” en met een grijns van hier tot Jericho liepen wij het hek binnen bij het huis waar wij die nacht met z’n allen zouden slapen. Hans en Ron voegden zich een kwartier later bij ons. Maar eerst een grote bier om de dorst te lessen en mijn eerste echte grote wandeling te vieren.

Om het toch compleet te maken lopen wij woensdag de laatste 25 kilometer mee, samen met Ron dit keer. We kijken er nu al naar uit. Naar de warmte van de groep, naar energie die los gekomen is. Op weg naar de plek waar het allemaal om begonnen is. De eeuwige herdenkingsplaats van Bence. Slechts zeventien jaar geworden maar de energie die dat opgeroepen heeft is van een oerkracht die zijn weerga niet kent. Zarándoklat, mooi Hongaars woord.

Mip

 

Acht uur in de morgen. Wachten op wat er gaat komen.

Hans! Schiet nou op! Ik heb het koud! Nu ik zo die spillen pootjes zie begrijp ik wel dat sommige van de groep twijfels hadden of ik het wel zou halen. Maar spieren zijn  het, echte spieren.

Klaar voor de start. Klaar voor het grote moment waarvan wij geen idee hadden hoe het zou zijn.

Maar eerst nog een kaars bij de jonge amandelboom ter ere van zijn kind.

Valéria verteld het hoe en waarom. De meeste van ons hielden het niet droog.

 

En dan eindelijk op weg.

 

Aankomst in Szentkatalin.

Er zijn nog veel meer foto’s van de prachtige route. Die komen later, zijn nog niet in mijn bezit.

Uitslag.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was alweer in januari van dit jaar dat wij hem tegenkwamen. Tibor keek Hans met opgetrokken wenkbrauwen aan. Zijn ogen straalden verbazing uit. Hij bekeek hem van top tot teen, alsof hij niet kon geloven dat Hans hier in levende lijve voor hem stond.  “Hoe gaat het” vroeg hij oprecht geïnteresserd. Hans antwoorde dat het hem goed ging en dat hij zich ook goed voelde en lachtte er uitbundig bij. Tibor stak zijn handen nog eens diep in zijn korte leren jack. Het maakte hem jongensachtig dat jack. Anders dan die witte jas die hij draagt als hij praktijk heeft bij de afdeling urologie. Dan is hij toch echt meer de arts. Tibor kon zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en vroeg Hans of hij zich in Nederland had laten behandelen, want het was toch al minstens zeven jaar geleden dat hij zijn laatste onderzoek had gedaan. Het antwoord daarop was neen. Maar nu ik je toch spreek zei Hans, misschien kunnen we nog een keer een afspraak maken om opnieuw een scan te laten maken en te zien wat er in die tussentijd met de tumor is gebeurd. Tibor knikte, daar was hij zelf ook wel nieuwsgierig naar. Met de afspraak dat Hans de volgende week langs zou komen schudden zij elkaar nog eens flink de handen en zo scheidden onze wegen. Tibor het winkelcentrum in, wij het winkelcentrum uit.

Om half tien namen we plaats in die verschrikkelijke wachtgang. Vol met mannen met problemen. Althans dat blijkt uit de houding die ze aannemen. Meestal ietwat ingezakt en zeker geen vrolijk gezicht. De altijd aardige assistente riep ons binnen. Eerst volgde een klein onderzoek en daarna een gesprek. Hij maakte een lijst klaar voor bloedonderzoek, zijn assistente maakte een afspraak voor de scan die pas over tweeëneenhalve maand gemaakt zou kunnen worden. Dan nog even wat bloed afnemen voor het psa gehalte, zodat de prostaatproblemen alvast onderzocht konden worden.

Voor het bloedonderzoek moesten we naar een andere plek en dat werd later afgenomen en onderzocht. Na een week waren alle resultaten bekend. Alle bloed dat onderzocht werd was in orde en het psa gehalte liet een getal van een jonge vent zien. Daar wordt een mens al behoorlijk opgewekt van en nu alleen nog even wachten op de scan.

Twee weken geleden, Hans had een afspraak om negen uur, voegden wij ons weer in de volgende verschrikkelijke wachtgang. Vooral de verlichting, daar hebben ze iets mee. Meer dan de helft van de lampen worden niet gebruikt, er is geen raam waardoor zonnig daglicht binnen kan komen, zet er wat depresieve patiënten neer en eigenlijk heb je dan al helemaal geen zin meer in wat voor scan dan ook. Maar ja, we waren er en bleven dan ook maar. Hans kreeg een kan gevuld met een liter vloeistof die hij snel op moest drinken. Daarna een uur wachten. Omdat we niet in de wachtgang wilden blijven besloten we lekker uit de wind in de zonnige auto te gaan zitten. Radio aan, een beetje kletsen en het uur was zo voorbij.

Hoe zo’n scan precies werkt weet ik niet want ik mag er niet bij zijn., maar het schijnt nogal een kabaal te zijn als dat apparaat zijn werk doet. Enige tijd later was het alweer gebeurd. Of we nog even een uurtje konden wachten want dan was de uitslag ook gelijk klaar. We besloten maar boodschappen te gaan doen om zo de tijd een beetje door te komen. Bij terugkomst zat de wachtgang nog voller met mensen waarvan het geluk niet afstraalden. Maar gelukkig hoefden we niet lang te wachten. Met een klop op de deur en enkele seconden stond Hans ineens met de uitslag in zijn handen. In de auto begon ik te lezen, hoewel veel van die termen voor mij onbegrijpelijke taal is. Zowel in het Hongaars als het artsenjargon is voor mij onleesbaar. Maar wel kon ik Hans melden dat zijn hart oké was, zijn longen goed evenals zijn mild, lever, nieren en blaas. Bij de prostaat stond een getal waar ik verder ook niet uitkwam. Nu kun je zo’n uitslag wel vertalen via google maar die geeft soms de meest vreemde conclusies. Zoals bijvoorbeeld negen jaar geleden dat er een vliegtuig in zijn lever zat en dat hij een zwembad in zijn blaas had. We besloten te wachten tot vrijdag om de arts de volledige uitslag met uitleg te laten doen. Wel stuurde Hans direct een copie via de email naarTibor.

Op de email kregen we geen reactie van Tibor en om vreemde redenen gaf dat een goed gevoel. “Als het dramatisch is hangt Tibor vanzelf aan de telefoon” vertelde ik Hans om zowel hem als mijzelf gerust te stellen.

Anderhalve week geleden op vrijdagmorgen om zeven uur was er dan eindelijk telefonisch contact. Tibor las de uitslagen voor en klonk opracht opgelucht. :”en de tumor?” Vroeg Hans. Tibor las opnieuw en opnieuw.

Om kort te zijn. De tumor is verdwenen. Weg. Foetsie. Ergens in het nergens. En sinds die feestelijke dag merk ik dat Hans nog fanatieker zijn cbd druppels neemt. Zeker weten doen we het niet maar wat wel zeker is dat tumoren niet zomaar verdwijnen. Ze kunnen ongeveer gelijk blijven, ze kunnen groeien, ze kunnen uitzaaien maar verdwijnen doen tumoren nooit uit zichzelf. Hoe dan ook de uitslag is ons deze keer heel goed bevallen. Laat ik zeggen dat we de toekomst met een roze bril tegemoet zien. De lente lijkt zelfs mooier dan voorgaande jaren en volgens Hans fluiten de vogels mooier. Zo gaat dat dus met mooie uitslagen. Het leven ziet er ineens een stuk zonniger uit.

Mip

 

Sir Philip, Shepards Dream. Roepnaam Pip,

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was eind oktober 2006 toen hij in ons leven kwam, een half jaar voor wij naar Hongarije zouden vertrekken. Een ruim twee jaar oude border collie. Een reu. In de wieg gelegd om show hond te worden. Een eigenschap die je hem niet direct zou toedichten. Hij hield niet van wassen en al helemaal niet van kammen of borstelen.

Ik liet hem uit, omdat er zo een mooie band kan ontstaan tussen mens en hond. Zoals je vaak ziet. Mensen die de hond keurig aan de riem hebben en dat de hond dan er gewoon keurig naast loopt. Zo niet Pip. Met hem wandelen aan de riem was een gevecht. Hijj trok zo hard dat ik als het ware wapperend over straat ging. Eenmaal bij het grasveld liet ik hem los. Hij verdween in de bosjes en kwam terug met allerhanden rotzooi. Lege blikjes en plastic flessen hadden zijn voorkeur. Maar stokken, die had hij het liefst. En hij liet niet los. Op een avond, het was een koude gure regenachtige avond in december, wandelde ik met hem langs het spoor. De wind sloeg de regen fel in mijn gezicht. Het leek Pip niet te deren. In zijn bek droeg hij een lange stok waarmee hij mij steeds een tik in mijn knieholten gaf. Ik probeerde de stok af te pakken maar met geen mogelijkheid liet hij los en bleef hetzelfde geitnje maar herhalen. Tot ik er zo genoeg van had. Ik pakte de stok, keek hem aan en sprak de legendarische woorden: Pip nu go#@$%$@@domme die stok los! Hij keek me strak aan, opende zijn bek en liet de stok met een klap op de grond vallen. Hij las de verbazing op mijn gezicht maar haalde het niet in zijn mooie hondenkop die stok nog eens op te pakken. Het was de eerste keer dat ik won.

De hondenschool bracht uitkomst, maar niet echt. Pip was Pip en deed precies die dingen waar hij op dat moment zin in had. Maar hij ging wel beter luisteren naarmate we meer met hem deden. Gek op spelletjes. Ballen, frisbees, flossen en stokken. Zolang er maar actie in het spel zat en hij iets in zijn bek kon dragen. Tot die dag, vele jaren later, Beau (een ruim 1 jaar oude border collie) bij ons kwam wonen. Ik nam Beau alleen mee de tuin in. Aan de riem. ik probeerde hem wat dingen bij te brengen met wat korte commando’s zoals: volg, blijf, naast, zit, lig. Beau keek me met grote verbazing aan en had geen idee wat er van hem verwacht werd. En dat was tevens de dag dat Pip ongelooflijk door de mand viel. Hij was de tuin in geslopen en kwam aan de andere kant naast mij lopen. Bij elk commanda dat ik gaf deed hij Beau precies voor wat er van hem verwacht werd. Al die jaren had ons hi in de maling genomen. Hij wist gewoon alles, alleen hij deed het niet.

Nu moet ik ineens denken aan die dag in het voorjaar. Nog maar net aangekomen in Hongarije. Ik was aan het werk in de moestuin en bij elke gelegenheid lag er een frisbee voor mijn neus en ging hij een stuk verderop in actievorm klaar liggen voor de gooi. Na tien keer was ik het wel even zat. Ik gooide de frisbee en gebood hem te wachten. Na circa twee uur was ik uitgewerkt en kwam er toen pas achter dat Pip nog steeds lag te wachten op het commando “frisbee”. Arme Pip. Ik heb het later wel goed gemaakt met hem.

Al onze honden heeft hij les gegeven. En allemaal hadden ze diep respect voor hem. Tot gisteren. Hij takelde af. Sinds twee jaar gaf ik hem dagelijks zijn druppeltjes cbd’s om de pijn in zijn gewrichten te doven. Maar uiteindelijk was het zijn hart dat hem de das omdeed. Natuurlijk, hij werd doof en zijn zicht werd slechter maar het was zijn hart die zijn conditie omlaag trok. Wandelen deed hij nog elke dag. Rennen allang niet meer. Al een paar keer was de dierenarts gekomen om hem weer wat op te peppen met een spuit en wat pillen. Vooral tijdens de warme periodes was het bijna niet meer om aan te zien, maar toch krabbelde hij steeds weer op. Deze winter ging hij best nog redelijk maar toen de temperaturen net boven nul kwamen was het voor hem al teveel. Ik had gehoopt dat hij op een dag niet meer mee zou gaan. Dat wij hem op een morgen gewoon in zijn bench zouden vinden. Overleden in zijn slaap. Onze gesprekken over Pip liepen niet altijd synchroon. Maar gisterenmorgen waren we het eens. De dierenarts heeft ons nog een hele dag gegeven, maar aan het einde van de middag , na bijna vijftien jaar, was daar dan toch die finale injectie.

Pip, onze allereerste hond. Pip, de grote manupilator. Pip, de slimste hond van alle honden. Pip, mijn gesprekspartner in crisisdagen. Pip, de zwemmer. Pip, de beste frisbeevanger. Pip, de almachtige over alle honden. Pip, de eeuwige controleur. Pip, de baggeraar. Pip, de leraar voor mens en dier. Pip, ons beider grote liefde. Sir Philip, Shepards Dream, roepnaam Pip. Wij vinden dat hij bij ons een mooi leven heeft gehad. Maar ons leven was zeker niet zo mooi geweest als hij er niet geweest was.

Zwaai nooit met een handdoek.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen

Het is alweer ruim anderhalve maand geleden dat Margreet hier was. Ze kwam weer een week logeren en dat is altijd prettig en gezellig. We hadden een heerlijke tijd. De temperaturen waren ergens tussen warm en heet. Omdat we elkaar al zo lang kennen zijn er altijd weer zoveel verhalen op te halen. Vroeger speelt daar een enorme grote rol in. En juist omdat we hier twaalf jaar geleden blanco naartoe verhuisden sta je er niet zo bij stil dat “vroeger” niet meer zo vaak voorbij komt. Natuurlijk hebben we nu ook herinneringen te delen met mensen die we hier jaren geleden hebben ontmoet. Maar dat is nog steeds geen “vroeger”. Dat is niet “weet je nog toen we op tienertour  gingen? En waar we dan toch allemaal op die hele jonge leeftijd, tussen 13- en 15 jaar, naartoe waren gereisd.” Vooral ook, omdat we zo’n lol hadden tijdens die treinreizen en we met elkaar de coupé flink op zijn kop zette. En juist dat maakt de vriendschap nog bijzonderder.

Deze keer bezochten we verschillende zwembaden om vooral terug te koelen. Maar ook bezochten we samen Pécs om een dag te shoppen. Niet echt mijn hobby, dat shoppen maar wel beregezellig. En allemachtig nog an toe, wat hadden we elkaar veel te vertellen! Het is dat er tussendoor geslapen moest worden, anders hadden we er een marathon van gesprekken van kunnen maken.

De week vloog voorbij en op maandagmorgen vertrok Margreet weer richting Budapest waar haar vliegtuig om tien uur in de morgen vertrok. Omdat ze met een taxibusje naar het vliegveld reisde en die chauffeurs altijd nogal ruim de tijd rekenen, zette wij haar om half vier in de nacht af in Pécs. Wel vroeg maar dan heb je natuurlijk nog wel wat aan je dag.

Na haar vertrek bleef de hitte nog even hangen. “We moeten nu echt een keer met de honden gaan zwemmen” riep ik Hans toe en zo kon het gebeuren dat wij op een vrolijke vrijdagmorgen naar het meer reden. Het moest de doop van Bence worden want die had nog nooit echt gezwommen, behalve dan in de kabbelende waterstroom achteraan de tuin. Sissie en Beau voelden de bui al hangen en begonnen al vrolijke geluiden te maken toen we nog maar net onderweg waren. We stopten de auto vlak bij het meer. Het was er stil. Eén visser een stuk verderop en een vrouw in rode bikini die op een handdoek onder de parasol lag te baden in de gebroken zon. Dat kwam mooi van pas want vier honden in bedwang houden met veel mensen wordt toch een stuk lastiger. Beau sprong gelijk te water, gevolgd door Sissi. Pip, onze ouwe getrouwe grote lieve schat, deed het wat rustiger aan en zwom gestaag zijn rondje. Bence stond nog steeds op de kant toen ook Hans te water ging. Hij vond het allemaal wat eng maar uiteindelijk lukte het Hans toch hem een klein rondje te laten zwemmen. Ik bleef op de kant om zowel de honden op te vangen als de ballen te pakken die zij steevast op het schuine deel legden, zodat die of tussen de rotsblokken of weer te water kwamen. Bence bleef nog even op de gladde trap staan toen Sissi iets zag. Ze liep er op af, nieuwsgierig als een hond kan zijn. Bence volgde haar en ondanks mijn roepen herkende hij ineens zijn eigen naam niet meer. Hij liep door terwijl Sissi keurig terug kwam. Ik zag hem kijken. Het moet de rode bikini geweest zijn die hem aantrok. De vrouw zag dat Bence naar haar keek en als blijk dat zij er niet van gediend was dat de jonge hond haar kant op kwam pakte zij een handdoek. Ze zwaaide met de handdoek. Bence versnelde en ik zag aan zijn houding “een zwaaiende handdoek, dat beloofd wat!”. Hij vloog er op af. Wat de vrouw niet wist is dat Bence gek is op liggende mensen. Die wil hij bespringen en daarna zoenen, intens zoenen. De handdoek zwaaide en zwaaide en ik hoorde nieuwe Hongaarse woorden zelfs door het likken van haar gezicht heen. Zoveel vloeken kon ik echt niet onthouden, het waren er teveel. In haar woordenstroom moesten ook de buitenlanders het ontgelden. Ik rende er naartoe, bood mijn verontschuldigingen aan terwijl ik Bence van de vrouw probeerde af te trekken. Maar hij vond haar zo lief en wilde haar met geen mogelijkheid verlaten. Na nog eens tien/twintig keer sorry te hebben gezegd had ik ook wel genoeg van haar geschreeuw. Ik greep Bence bij zijn nekvel, tilde hem in mijn armen en vertelde de vrouw dat duizend keer sorry toch wel genoeg mocht zijn. Ik beende weg met Bence in mijn armen onder een stroom van weer heel veel nieuwe woorden. Eerlijk gezegd kwam de vrouw mij nogal een beetje chagerijnig over. Zelfs tot we wegreden bleef ze maar gaan. Ik zou zeggen, zwaai nooit met een handdoek, daar krijg je alleen maar narigheid van.

  1. Mip

 

 

Per seconde wijzer.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

 

Daar zaten we dan. Dinsdagavond 10 september. Klokslag tien voor acht. We hadden extra vroeg gegeten om geen seconde van deze wijzerwordende kwis te missen. Normaal gesproken roepen wij onze antwoorden al voordat de kandidaat heeft geantwoord. Maar dit  keer hielden we ons stil. Hij kwam op als tweede kandidaat. We waren het met elkaar eens dat hij er goed uitzag. Vooral zijn grote krullenbol hadden ze waarschijnlijk stevig in de lak gezet. Je kijkt anders, dat is waar. We hoorden een beetje zenuwen in zijn stem en daardoor leek het alsof hij nogal kakineus sprakt. Maar gaande de vragen en de goede antwoorden ontspande hij. Alleen bij Beyoncé heb ik even geschreeuwd, maar gelukkig herstelde hij dat zelf snel. Na een kwartiertje zat het erop. Alle vragen goed beantwoord, alle jokers gewonnen en extra seconden voor de volgende ronde. Direct na afloop rinkelde de telefoon van alle kanten. Ja, ja we hadden het gezien en ja, ja we waren ontzettend trots. Daarom zaten wij zowel woensdagavond als donderdagavond in dezelfde opstelling keurig om tien voor acht op de bank. Margreet, die een weekje kwam logeren, werd meegesleurd in de wereld van de kwis. Ze werd er helemaal enthousiast van. Vooral ook omdat hij het zo goed deed. Tweede ronde, alle antwoorden goed nog meer jokers nog meer extra seconden. De derde ronde werd een kopie van de eerste twee, hoewel hij jokers inzette die hij helemaal niet nodig had, omdat alle antwoorden goed waren. Toen kwam de vraag van Herbert Dijkstra: ga je door naar de vierde ronde? Hij dacht 1 seconde na en vertelde dat hij dat niet ging doen. De bril van Dijkstra vloog als het ware door de studio, omdat zijn ogen zo groot werden van ongeloof. Wat? Je hebt een zee aan seconden over! Je hebt 17 jokers! Maar Milan, ons kleinkind, bleef bij zijn besluit dat hij daarvoor al had genomen, drie ronden meedoen en dan kappen. Ook wij vielen van verpletterende verbazing van de bank. Maar eerlijk is eerlijk ook een kleinkind heeft recht op een eigen besluit. En ondanks dat besluit is Hans een apetrotse Opa en ik een apetrotse Stoma, wat ook wel een afkorting is voor Stiefoma.

Mip

 

 

even bijpraten.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was eind Juni toen wij Bence voor een week terugbrachten naar zijn eerste baasjes. Een kleine pup alleen achterlaten met drie volwassen honden leek ons niet zo’n goed idee. Natuurlijk werden alle beesten verzorgd door Brigi, maar die heeft  geen tijd om hele dagen bij ons op het erf door te brengen. We gingen een weekje naar Nederland.

Het weerzien met zijn naamgenoot Bence was hartverwarmend en werkelijk om tranen van in je ogen te krijgen.

Bence en Bence samen in één bed. De liefde was geheel en van beide kanten.

 

Onze eerste avond in Nederland brachten we door bij onze vriend John in Rotterdam, die voor een verrassingsweerzien had verzorgd. Het Italiaanse restaurant van Franco is al een tijdje verhuisd naar Rotterdam en het was daar dat ik bijna doodgeknuffeld werd door Frranco zelf. Het weerzien was geweldig, het eten fantastisch en de sfeer zo niet nog heerlijker.

Franco kon zijn ogen niet geloven en hield mij lange tijd in de wurggreep.

 

En natuurlijk ook een flinke schouderklop voor Hans.

Vlaardingen. De stad waar we allebei geboren zijn. Na een ronde langs ouderlijke huizen en andere plekken waar we gewoond hebben kwamen we aan bij de nieuwe Waterweg, waarlangs het Delta Hotel al sinds mensenheugenis gelegen is. De schepen en de geur van brak water riepen weer veel herinneringe op En daarom natuurlijk, eerst een broodje kroket!

Nog diezelfde dag werden we, als waren we Prins en Prinses, ontvangen bij zus Ineke en zwager Koos. Helaas ben ik hiervan de foto’s kwijt. Net zoals die van de geweldige picnic aan de Vlaardingse vaart met oude vrienden. Jammer, misschien vind ik ze nog ergens.
(Kijk lieverd, even zoeken in mijn eeuwige archief en floep…daar is die foto dus…..)

_JUN0539.jpg

 

zaterdagavond. Weerzien met de dochters en schoonzoons vlak bij het Feijenoord Stadion. Het was fijn om Annatasja en Mitone weer eens live in de armen te sluiten. Want ondanks dat skype een hele mooie uitvinding is voelt dit toch wel anders en echter aan.

 

 

Zondag. De dag dat mijn oudste zus Riet haar 80ste verjaardag vierde en de reden voor onze reis naar Nederland. Een mooie dag die er voor zorgde dat de hele familie weer eens helemaal compleet was. Het feest aan het haringsvliet had op geen mooiere plek plaats kunnen vinden. En hier dan na heel veel jaren alle zussen weer herenigd en daarom ook samen op de foto.

Op zondag 1 juli overleed Bence aan een niet te stoppen vorm van kanker. Hij werd slechts 17 jaar jong. Een mooi kind. Een bijzondere jongen met veel talenten. Basketbal en muziek waren twee van die talenten. Maar bovenal was hij een sociaal intelligente jongen die een voorbeeld voor alle mensen was en die wij voor altijd in ons hart hebben gesloten. Zijn naam leeft voort in onze jonge border collie, Bence. De wake bij de sport- en muziekaccademie in Pécs was indrukwekkend.

Hij groeit en groeit. Soms in de hoogte, soms in de lengte, maar het lieve smoel blijft nog steeds hetzelfde.

Tja en als je dan thuiskomt gaat het gewone leven weer door. Een tiental kuub hout, gezaagd en gekloofd, om er de komende winter weer warmpjes bij te zitten. En dat bij temperaten van ruim van boven de dertig graden.

Tuinschatten. Geplukt in de vroege morgen. Altijd weer om heel blij van te worden.

 

Leermomenten. Een jonge hond moet veel leren en vooral leren luisteren en als hij dat dan goed doet is er altijd een beloning te geven.

 

Voor de derde keer, sinds wij hier wonen, waren ze er. Esther, Bert, Iva en Daan. Wat groeien die kinderen toch donders snel. Maar wat zijn ze leuk geworden in die groei.  Bert weet nu ondertussen alles van walnoten. Hoe ze te kraken (2,5 kilo schoon aan de haak is heel veel) en hoe ze tot olie te persen. Bert is een man van oplossingen en inderdaad is hij gaan nadenken hoe het allemaal nog efficiënter kan. Esther daarentegen is de praktische en weet voor heel veel dingen andere oplossingen. Mijn leermomenten waren daarom veelvuldig. Het was heerlijk dat ze er waren.

 

Tussendoor. Een fantastische lunch bij vrienden Marjanne en Kees. Kees kan toveren, echt waar. Wat kan die man zalig koken!

 

Pip met zijn opvolger. Pip is de hond van de kruiwagen. Zolang hij er in zit, blaft hij er niet tegen. En Bence is nu in de leer hoe je heel makkelijk door de tuin gereden kan worden zonder de baasjes voor de voeten te lopen.

 

Hornaarsnest. In de garage. Niet fijn, zoveel van die groot uitgevallen wespen. Met hoeveel ze waren weet ik niet, maar het waren er echt heel veel. Toch, de schoonheid van hun bouwwerk is geniaal. Wat een vakwerk. Helaas hebben ze dit bouwwerk niet af kunnen maken, omdat Hans, mijn held, er de spuitbus op moest zetten. We waren niet meer welkom in onze eigen garage en dan moet je toch maatregelen nemen.

En ineens waren ze weer terug. Omdat Arwen, met groot succes trouwens, de vierdaagse van Nijmegen had gelopen, zagen hun vakantieplannen er dit jaar anders uit. Ze waren in buurland Oostenrijk en dan is het niet al te ver meer naar Gerde. Een andere reden was dat het stenen paadje, dat elk voorjaar grondig wordt schoongemaakt, er dit voorjaar bij ingeschoten was. En daarom best wel een goede reden om nog even twee weken te blijven.

Beau controleerde of alles wel goed ging. Bence kijkt toe van onder te struik.

Samen pasta maken. Zo’n keukenhulp is altijd welkom.

De lange lappen, dat is even wennen. Maar alles kwam goed.

Hitte bestrijden wij zo! Tuindouche vol aan, hondje stevig in de armen en koelen maar.

Drie donderstenen in volle galop. Pip doet met dit spel niet meer mee. De kuiert er gezellig achteraan.

Wachten en blijven. Een van de moeilijkste opdrachten. En daarna sprinten.

Muziekfestival in het zwembad. Wat een geweldig combinatie. Dansen bij temperaturen van 34 graden is best niet fijn. Maar swingen op fantastische blues in koel helder water, is een mooie ervaring.

Het was ook lekker vol, dat bad.

Ook de overburen konden swingend genieten in het water.

Om toch nog het lekkere wandelgevoel te ervaren vertrokken Arwen en ik twee ochtenden om zes uur de akkers in. De eerste ochtend was goed en de tweede eigenlijk ook wel. Maar de regen van de vorige avond had de grondsamenstelling toch iets veranderd. Schoenen met plateauzolen lopen niet echt makkelijk. Maar het was de wandeling meer dan waard.

Vanmorgen zijn Ron en Arwen vertrokken. Ze hebben een spoor van klussen achter gelaten. De voortuin is weer de voortuin. De takken van de bomen die Hans snoeide en Arwen verzamelde en opbond, liggen te drogen. Ron legde bij de poort zijn eigen Abbey Road aan van loodzware betontegels in de bloedhitte. Deze en nog heel veel andere klussen zijn nu geen klussen meer, maar zoet gedane arbeid.

Mip.