Een blog in zes bedrijven.

Eerste bedrijf.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Ik liep langs de garage en zag er Gino met zijn kippen meiden zonnebaden. Pip ging mij voor naar de rustplaats van Jolene. Hij wees mij met zijn neus haar plek aan alsof ik niet zou weten waar ze ligt. Beau wachtte mij op bij het hek. Tijd om te spelen. Het hek sloot zich achter mij en als vanzelf keek ik achterom waar ze bleef. Ik schudde mijn hoofd en slikte mijn tranen weg. Hoe groot kan het verdriet zijn om een kleine hond? In ieder geval groter dan ik ooit had kunnen vermoeden.

Pip en Beau speelden hun spel van uitdagen en rennen. Ik keek ernaar maar mijn gedachten waren niet echt bij het spel. Ze hadden het wel door en lieten  mij maar gewoon. Slimme honden. Na een half uur keerden we terug naar huis. In het kippenhok heerste een enorm kabaal van vreemde keelklanken. Ik rende er op af met het idee dat er een vos naar binnen geslopen moest zijn. Schreeuwend sprongen de eerste kippen uit het hok terwijl de achterblijvers aan hem pikten. Alsof ze hem weer tot leven wilden wekken. Gino lag er bewegingloos bij in zijn schitterende verenpak.

Met een klap gooide ik de voordeur achter mij dicht. Hans schrok op. “Wat is er?” vroeg hij. Ik liep weg en mompelde dat Gino dood was. Hij leek het niet goed te horen en herhaalde zijn vraag. Nu schreeuwde ik het bijna: Gino is dood!

Hans legde hem op het gras. De kippen snelden toe en pikten nog eens flink aan zijn verenpak en draaiden zich daarna van hem af. Een waardig afscheid van een prachtige haan. De doodsoorzaak blijft raadsel.

Hoe vreemd het ook klinkt waren wij blij dat wij er zelf bij waren. We moesten er niet aan denken dat dit allemaal zou zijn gebeurd in de vier dagen dat wij van huis zouden zijn. De oppas met een zieke hond en ook nog eens met een dode haan, wie zou dat geloven?

Afbeelding 11

Tweede bedrijf.

Enkele plannen vielen samen. Eerst was er de familie reunie, toen een 50-jarige verjaardag en daarna ook nog een 42-jarig feestje. Alles achter elkaar en daarom een reden om af te reizen naar Nederland.

Het vliegtuig vertrok op vrijdagmorgen om tien uur. Een mooie tijd maar ook een lastige. Met de aller vroegste trein zouden we niet op tijd aankomen. Met de auto vonden we geen optie. Daarom besloten we op donderdag af te reizen naar Budapest, daar een hotel te nemen en een ontmoeting te arrangeren met onze vrienden P&K die in de stad wonen. K kent de stad als haar jaszak en al een tijdje had ik de wens dat zij onze gids door de stad zou willen zijn. En dat wilde ze wel.

We troffen elkaar in het begin van de middag voor een lunch met kroket. Nu at ik die in Nederland ook niet maandelijks maar soms kun je daar ineens enorme trek in hebben. De kroket smaakte fantastisch. Daarna gingen we op pad. K heeft een echte stadse stap. Zo eentje van doorgaan en niet twijfelen. Wij hadden het boerenland nog in onze benen dus was het een beetje doorstappen en aanpassen. Maar wat was het leuk!

Ze loodste ons van de ene mooie plek naar de andere. Een prachtig gebouw in Jugendstil. Eenmaal binnen waan je jezelf zomaar rond 1900. Alles prachtig en van een waardevolle schoonheid. Onderweg zagen we ook nog een kleine demonstratie tegen het nieuwe gedenkteken van de tweede wereldoorlog dat in Budapest geplaatst wordt. Volgens kenners is het meer een ontkenningsteken dan een gedenkteken. Ja, tegen geheugenverlies en feiten verdraaiing moet je altijd blijven demonstreren.

K zou K niet zijn als zij ons niet richting de mooiste banketbakkerij van Budapest zou leiden. In de Joodse buurt is een niet al te grote winkel waar de grote heerlijkheden in de toonbank worden uitgestald. Aan de muren foto’s en artikelen over de eigenaresse en tevens taartkunstenares. We mochten er even rondkijken en de heerlijke geuren opsnuiven.

We stonden voor een muur van plastic lamellen waarachter een ware verrassing schuil ging. Een kroeg maar ook een theehuis. Overal inhammen met banken, hoge tafels met oude barkrukken en alles versierd met allerhande tweede hands spullen. Een lekkere sfeer. Volgens P, die zich later na zijn werk bij ons voegde, echt iets voor oude hippies zoals wij. K had wat ideeën voor een restaurant en vertelde daar de voor en de nadelen bij. We besloten naar de Italiaan te gaan in het centrum van de stad. Maar niet voordat we eerst naar het Heldenplein afreisden om daar een drankje te nuttigen met uitzicht op de kunstijsbaan. Anton Pieck had er zomaar zijn inspiratie vandaan kunnen halen.

Het Italiaanse restaurant was een hele goede keuze. Het eten zalig en de sfeer fantastisch. En zo kwam er alweer een einde aan een dagje Budapest. P&K namen de ene bus en wij de andere richtig ons hotel waar ons een niet zo leuke verrassing wachtte. Bij aankomst bleek de verwarming op 30 graden te staan en aangezien wij gewend zijn om in een koele slaapkamer te slapen werd de nacht een beetje onrustig. Ook al had ik het apparaat teruggedraaid naar 15 graden.

Derde bedrijf.

Rond twaalf uur zetten wij voet aan de grond op Rotterdam Airport.  Zus Ineke en Zwager Koos (tevens ons logeeradres voor twee nachten) stonden ons al op te wachten en niet veel later reden we in de helse drukte van de Randstad. Althans voor ons, want zoveel verkeer zijn we niet meer gewend. Er moest veel bijgepraat worden en de auto leek een waar kippenhok van alle woorden die door elkaar heen klonken. Voor de middag hadden we nog niet echt een plan. Eerst maar eens een koffie met een taartje (Hans, de eeuwige zoetekauw, moest meteen langs de bakker) en daarna een heerlijke lunch. Aan het einde van de middag reden we naar Sliedrecht. Onze broer Hans vierde bij de Chinees het feit dat hij 42 jaar in de Merwebolder woont. Een tehuis voor verstandelijk en lichamelijk gehandicapten. Hoewel niet alle broers en zussen vertegenwoordigd waren was de club toch groot genoeg (lees chaotisch) om de eigenaar van het restaurant wat in verwarring te brengen. Het werd een mooi samenzijn en een prachtige manier om zoveel mogelijk gezinsleden in één keer te ontmoeten en te spreken. We sloten de avond met z’n vieren af onder het genot van een heerlijk glas rode wijn. Helaas geen foto’s, maar ik weet wel dat ze er zijn. Ergens in de familie.

Vierde bedrijf.

Zaterdagmorgen bracht Koos ons naar de stad waar wij gewapend met onze boodschappenlijst de winkels afstruinden. Onderweg veel bekenden waar we weinig tijd voor hadden. Zo gaat dat met een bliksembezoek. Waar we wel tijd voor maakten was de viskraam van Peter Pronk. Tijd voor een overheerlijke haring. Het weerzien was ontzettend leuk en met een “Ik ga jullie dit jaar nog verrassen met een bezoek” namen we afscheid. We legden nog snel wat bezoekjes af die op onze route lagen en schoven weer bij Koos (die het hele weekend onze taxichauffeur is geweest. Geweldig lief) in de auto op weg naar huis. Rond half vier werd het tijd voor een volgend feestje. Arwen werd 50 en Ron had een surpriseparty voor haar geregeld. Nu had ik in mijn hoofd opgeslagen in welke school dit feest zou plaatsvinden. Ook vanaf nu weet Koos hoeveel scholen er eigenlijk bij hen in de omgeving zijn. Veel dus. Maar uiteindelijk (toen we het bijna opgegeven hadden) vonden we de plaats waar het feest al in volle gang was. Arwen houdt niet van dansen. Wel om naar te kijken maar zeker niet om zelf te doen. Dansvloeren en Arwen lijken geen goede combinatie. Daar had Ron wat op gevonden. Line dansen met een hele club tegelijk.

Wij keken naar haar bij de deuropening. Ze had het te druk met de bewegingen en het volgen van de instructies. Enkele momenten later hingen we in elkaars armen. Een grote verrassing was het eigenlijk niet. Ik had haar een leugenachtig ontkennend briefje gestuurd waarin ik vertelde dat het niet mogelijk was om er bij te zijn. Na het lezen ervan keek ze Ron aan: Zo ken ik Mip niet. Volgens mij komen ze gewoon. Sherlok Holmes had haar werk goed gedaan. Het werd ook een weerzien met allerlei oude bekenden die we in jaren niet hadden gezien. Er viel veel te vragen en vooral veel te vertellen. Later op de avond, toen we met z’n vieren bij hen thuis waren, praten we nog wat na en vielen daarna als een blok in slaap in alweer een ander bed.

Vijfde bedrijf.

Zondagmorgen, na een heerlijk ontbijt, liepen we met elkaar in de Broekpolder. Onwaarschijnlijk Vlaardingen noem ik dit deel. En volgens mij ook terecht dat deze plek “the best place to be in nature” prijs heeft gekregen. Ondanks de koude wind keken wij onze ogen uit. Maar onderweg viel er nog steeds veel te praten, zodat we natuurlijk ook nog wel tijd voor elkaar hadden. Aan het einde van de wandeling werd het tijd voor afscheid. Niet voor lang gelukkig, we treffen elkaar weer ergens aan het einde van april.

Koos en Ineke zetten ons af op de plek waar de reunie gehouden werd. Vlak langs de Schie richting Delft. De eerste bekende gezichten doken op. Binnen rook het al naar koffie en stond er een tafel vol mooi gebak en andere lekkere dingetjes. De catering werd verzorgd door de Molenkamp-nichten onderling die zich stuk voor stuk flink hadden uitgesloofd. De zaal stroomde langzaamaan vol en het enthousiasme werd steeds groter. Ik was in gesprek met één van de nichten toen hij binnen kwam. Groot en flink. Een bos met donkere krullen en een ontwapende glimlach. Milan, het kleinkind. Hoewel hij bijna net zo groot als Hans is, zijn opa. Ik vertelde de nicht dat ik hem eerst even wilde begroeten. Hij maakte een wijds gebaar met zijn armen en zei: Ik kan jullie allebei tegelijk groeten hoor. Hij pakte ons vast en wij verdwenen in de grote armen. Nog maar net bekomen van deze heerlijke begroeting lag ik ineens bijna over de schouders van Mitone en daarna in de armen van Annatasja. Hoewel ik deze meiden niet gebaard heb zijn het wel mijn dochters. Zo warm kan het ook zijn als “stiefje”. Neef Brice was ook van de partij. Samen met zijn Japanse vrouw en hun twee kinderen hadden zij de overtocht gemaakt vanaf Amerika. En aangezien alle nichten aanspraak op hen wilden maken  stond een rondleiding door het land al helemaal vast. De reunie was een heerlijkheid. Vooral ook omdat een neef en een nicht een tafel vol hadden gestort met heel veel oude foto’s die driftig door iedereen werden doorgekeken en daarna meegenomen mochten worden. Schoonzus Marijke had haar breikunst meegenomen in de vorm van allerlei petten en hoedjes. Ook die doos bleef leeg achter. Een reunie is eigenlijk wel een mooie gelegenheid om van je “overbodige” spullen af te komen. Volgende keer ook maar eens aan denken.

We werden weer keurig opgehaald en brachten de avond in alle rust door. Rust die nodig was voor het vertrek. Terug naar Hongarije met een hoofd vol mooie herinneringen. Het was wat veel, dat is zeker. Maar we hadden het allebei voor geen goud willen missen.

Zesde en laatste bedrijf.

We namen afscheid van Koos en Ineke (nee, we gaan niet janken hoor! zeiden we terwijl we onze tranen wegveegden) en stapten in de auto bij zwager André en zus Cockie. Zij brachten ons naar het vliegveld in Rotterdam. Ze zwaaiden ons uit tot bovenaan de vliegtuigtrap. Het weekend was voorbij. Thuis wachtte ons een warm onthaal en dat maakt het ook fijn om weer terug te zijn.

Mip.

5 thoughts on “Een blog in zes bedrijven.

  1. Wat hebben jullie een hoop meegemaakt de laatste tijd, zowel nare dingen en leuke dingen.
    Sterkte met het verwerken van jullie verdriet om de dieren die over de regenboogbrug zijn gegaan. En bedankt dat we mogen meedelen en jullie blog mogen lezen. Hartelijke groetjes van een ander koppel dat ook sinds 2007 het leven in Nederland heeft verruild voor Hongarije.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s