Zomaar een zondag in Pécs.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Picture 23

Achter elke vluchteling schuilt een mens.

U moet eerst vragen of u wel foto’s mag maken. Dat zei de man die de wacht hield over een plastic bak met verzorgingsproducten. Hij droeg een badge met zijn naam en de organisatie waar hij voor stond. Om zijn hoofd een prachtige doek geknoopt. Verpakte scheermesjes, scheerzeep uit een bus, verpakte tandenborstels en tandpasta uit een tube gingen van hand tot hand. Net zoals het doucheschuim en de shampoo. Een spiegel was vastgeknoopt met een touw net boven de waterkraan. De jongens hielpen elkaar met scheren en waste elkaars haren. Nee, foto’s maken was helemaal geen probleem. 

Picture 12

 

Picture 11

Er heerste vooral vrolijkheid. Jonge meisjes sprongen van vak naar vak op het met krijt getekende versleten asfalt. Zeepsop bellen dansten door de lucht. Het kleine jongetje rende er achteraan om ze te vangen. Een jonge vrouw met een zelfde badge als de man van de plastic bak pakte de kinderen op en hield ze liefdevol stevig vast. Met een lach van oor tot oor. Moeder zat op een kleed in de schaduw. Omringd door kinderen die ze nauwlettend in de gaten hield.

Picture 13

 

Picture 14

Een tafel in de schaduw van de bomen. Vol stukken watermeloen en ander fruit dat gulzig gegeten werd. De zakken met koekjes en kaakjes waren voor later. Het was vlakbij de ambulance waarvan de deuren wagenwijd open stonden. “Eerste hulp” stond er op het t-shirt van de man die in de deuropening zat. De jongens waren klaar voor de reis. Schoongewassen haren, gladgeschoren gezichten en schone kleding. Over hun schouder en kleine rugtas. Afghanistan. Vier maanden onderweg. We willen veiligheid. We willen kunnen studeren en zicht op een goede baan. Nee, we komen niet voor geld. Dat hebben we zelf. We zijn absoluut niet arm. Thuis hebben we een auto en alles wat we ons kunnen wensen. Behalve veiligheid. De dreiging van de Taliban die jongens verbiedt om te studeren. Zijn vader was arts en is doodgeschoten door de Taliban. Ja, onze ouders zijn nog in Afghanistan. Deze woorden kwamen uit de mond van een knappe charmante jonge vent. Zijn ogen stonden helder, net als die van zijn vrienden. Je kon er hoop in aflezen.

Een stem schalde over het perron. Opvallend was de Engelse taal waarin gesproken werd. Voor Hongaarse perrons buitengewoon ongewoon. Daar schalt alleen het Hongaars. De man met de mooie hoofddoek en de badge verzocht iedereen vriendelijk naar de laatste treinwagon te gaan. De deuren stonden open en langzaam stroomde de wagon vol. Er was nog tijd. Zeker een kwartier. In en uitstappen. Sigaretje roken. Foto’s maken. Van elkaar en met elkaar. Ze vroegen Hans of ze met hem op de foto mochten. Om de beurt pakten ze zijn arm en lachte breeduit naar de camera. Een hoopvolle lach.

Het fluitsignaal klonk. Een klein meisje in kleurige kleren zwaaide naar me en blies met een handkus toe. De deuren werden gesloten. De klink viel in het slot. De jongens hingen uit het raam en zwaaiden. De trein kwam in beweging, we zwaaiden tot de trein het station van Pécs verlaten had. Pas in Budapest zullen de deuren weer worden geopend. Door iemand die aan de buitenkant de klink eraf zal halen. 

De mannen en vrouwen met de badges zijn vrijwilligers bij vluchtelingenopvang in Pécs. Er zijn er 300 van, zodat elke dag opnieuw hulp geboden kan worden. Naar ik begrijp is de stroom van mensen nog maar net begonnen. 

Mip

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s