Achterstallig onderhoud deel 3.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Een paar dagen na het uitzwaaien van Margreet verscheen de auto van zus Ineke en zwager Koos. Ze waren al een week onderweg geweest in Duitsland waar ze de romantische route hadden gereden en bekeken natuurlijk. Het schijnt een fantastisch mooie route te zijn. Ze waren er vol van. 

Het weerzien was heerlijk en warm en ze bleven een week. Omdat ze na Hongarije ook nog een week zouden gaan wandelen in Oostenrijk lag hun auto vol met extra spullen en om daar niet de hele week mee rond te rijden hadden ze besloten om hun rustplaats te hebben in het gastenhuis dat ons dorp rijk is. Daar is genoeg plaats om extra spullen te stallen, er zijn twee goede bedden en de douche schijnt er fantastisch te zijn. Daarom elke avond een korte wandeling vanaf ons huis. Tijdens één van deze wandelingen namen ze toch wel wat vreemde geluiden waar. Geen honden, geen uilen. Maar wat dan wel? Hans zocht het geluid voor hen op en met kippenvel constateerden ze dat ze die avond het gezang van vele jakhalzen hadden gehoord. 

Op dinsdag besloten zij een dag naar Budapest te gaan. De weerberichten zagen er goed uit. Kouder en een beetje regen, dat is in de grote stad altijd wel aan te bevelen. Het grootste deel van de stad hebben ze te voet gezien. Koos had al een route gepland en het meeste ervan hebben ze gezien. Ze vinden het een mooie stad en gaan er zeker nog eens een keer naar terug.  

Ondertussen heeft de kurkuma een vaste plek op het aanrecht gekregen. Beetje yoghurt, beetje zwarte peper en een lepeltje van het gele wonder. En het helpt. Mijn reumavingers lijken elastischer en de knobbels zijn ook dunner geworden. Maar het vreemde is, sinds ik dat spul gebruik lijkt het ook wel of mijn ogen beter kunnen zien. De leesbril is normaal gesproken altijd in de buurt maar sinds kort leer ik gewoon mijn Hongaarse lessen zonder bril. Het kan natuurlijk suggestie zijn, maar dan nog.  En daar komt nog iets bij, maar dat vertel ik in deel 4. 

In de loop van de week besloten ze samen walnoten te kraken. Want ja, wie olie wil moet kraken. Omdat de noten nu wat droog zijn moeten die eerst was bevochtigd worden en een paar dagen intrekken. Zaterdagmorgen installeerden we de walnotenperstafel buiten op het terras. Ik sleepte wat heen  en weer met spullen om zodoende de pers te verhitten, de olie op te vangen, de pulp op te vangen en het spleetje waar de olie uitkomt soms schoon te maken om verstopping te voorkomen. Ineke was verbaasd dat er nog zoveel werk bij komt kijken nog voordat er maar één drup olie is. Dan weet je nu wat ik allemaal moet doen voordat je dit als cadeau krijgt lachte ik. Met z’n drieën persten we in ruim een uur tijd driekwart liter goudgele olie. Achteraf is het dat werk altijd waard.

Koos werd, als hij op het terras zat, volledig in beslag genomen door Beau. Die eerst zijn liefde betuigde door zijn smeekende ogen op de schoot van Koos te leggen en hem daarna uren lang (als het aan Beau had gelegen) bezig hield met kleine stokjes. Op zijn schoot, op zijn arm, op de armleuning, voor zijn voeten. Het maakte Beau niet uit. Die ging een meter verder liggen wachten tot Koos genegen was de houtjes zijn richting uit te gooien en daarna bracht hij de houtjes weer netjes terug. Koos had er plezier in, dat was duidelijk. Maar een hond moet soms ook weten dat mensen ook wel iets anders te doen hebben.

Zaterdagmiddag reden we naar Szigetvár waar een feest gaande was. De herdenking van de 450 jaar  geleden verdreven Turken uit Hongarije. Zo’n feest ziet er toch bijna altijd hetzelfde uit. Het is meer een uitgedoste braderie waar allerhande handige en onhandige dingen te koop zijn. We hadden trek en dorst en strandden op een terras. We dronken bier en bestelden een pizza die we met elkaar deelden. En dan nog maar een bier. Het terras was druk en het personeel een beetje onder druk. De serveerster snelde met het blad onze kant op, zette twee glazen op tafel en flikkerde in één keer het volle glas in de schoot van Ineke, die met haar zomerse dunne jurkje alleen maar riep dat de serveerster rustig moest blijven terwijl haar onderbroek ondertussen vol liep. Ik vroeg om een handdoek maar die schijnt niet voorradig te zijn in dit restaurant. Met twee servetten moest het te redden zijn. Wel kreeg Ineke een nieuw glas bier. Toch aardig opgelost, althans dat vond de serveerster. Het duurde nog even voor het dunne zomerse jurkje droog was. Maar gelukkig lag er een droge handdoek in de auto. 

Zondagmorgen, een week later. Tijd om te vertrekken richting Oostenrijk. Het afscheid was emotioneel. Maar tranen kunnen ook gewoon van geluk zijn, om dit nog samen als zussen mee te mogen maken. En daar waren die tranen dan ook zeker voor bedoeld.

Mip

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s