Paradijs in eigen huis?

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen. Hij was zeker anderhalve meter. Maar dat zag ik pas nadat ik hem ontdekte. Dat was toen ik in alle vroegte uit bed kwam. Op de laatste treden van de trap zag ik iets bij de kandálo liggen. Eerst dacht ik nog dat het een fikse hondendrol was maar die bewegen natuurlijk niet. Hij lag er prachtig opgerold zoals alleen een echte slang dat kan. Ik riep Hans en vroeg hem zijn camera mee te nemen. Op de vraag waarom gaf ik geen antwoord, dan zou het geen verrassing meer zijn. De slang keek me aan en ontrolde zich tot die anderhalve meter. Zijn tong bewoog zoals dat van slangen bekend is. Snel. We zetten alvast de deur naar het terras open, zodat de slang zonder al teveel gedoe naar buiten zou kunnen. Toch maar liever geen paradijs in huis.

De slang op zoektocht naar buiten.

Toch nog even een kleine omweg via de tafelpoot.

En daar gaat de slang. Zonder al teveel gedoe naar buiten. Poes Zsazsa zat hier aan de buitenkant achter het gordijn. Wist u dat poezen vanuit het niets twee meter hoog kunnen springen? Wij nu wel.

Deze gebeurtenis vond plaats toen Jorien een weekje op bezoek was. Dat was eind juni. Het was een mooie, enerverende week waarin we elkaar weer beter hebben leren kennen en waarvan de mooie kanten zo goed door de zon belicht werden. Dank Jorien voor het puinruimen in de voortuin en alle andere dingen die je hebt gedaan.Maar natuurlijk ook het plezier en de  fijne gesprekken die we hebben gehad.

Even ontspannen hoort daar natuurlijk ook bij. Maar niet voor Pip, haar bodygard voor die week.

Deze bui kregen we in die week ook nog cadeau. Het was een opluchting na zoveel hitte.

Mip

Weer een hond.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was heel vroeg in de ochtend dat ik haar zag. Het was na de avond van verschrikkelijk onweer en bakken regen tegelijk. Die regen was heel welkon na een lange periode van helse hitte.

Opgelucht door zoveel frisheid wandelde ik naar achteren. Er bewoog iets in het maïs aan de rechterkant. Sissi zag het ook en speerde er op af. Het was bruin en niet al te groot. Ach, dacht ik, kijk nou! Een jonge boxer. Sissie danste speels om het hondje heen maar na wat gegrom en geblaf vond ze het ineens niet meer zo leuk en rende terug in mijn richting met achter haar aan een wat? Niks jonge boxer. Een pittbull! Als er al een hond is die ik verafschuw is het wel een pittbull. Maar ik bleef rustig. Stuurde het beest weg op zachte toon. Dat hielp niet. Iets hardere toon ook niet. Sissie probeerde het beest weg te blaffen toen zij op haar gemak aan Pip begon te ruiken. Pip gaf geen kik, keek niet eens op. Maar Beau nam direct de lange poten naar huis. Nu begon de hond aan mij te ruiken. Zette eerst haar bek (zonder gebruikmaking van haar kleine venijnige scherpe tandjes) om mijn enkel. Daarna begon ze te springen. Steeds hoger. Met gebruikmaking van mijn lichaaam als haar trapeze. Ik weerde haar af met mijn arm onder nu luider geroep om nu toch echt weg te gaan. Steeds weer die slijmerige bek om mijn arm. Welk commando in welke taal ik ook gaf, het beest reageerde nergens op.

Ik besloot richting huis te lopen met de hond als springveer om mij heen. Steeds hoger en hoger. Ondertussen zat ik al onder de schrammen van die gemene harde nagels en toonde de eerste blauwe plekken zich. En ineens, ik weet niet waar het vandaan kwam, hief ik mijn vuist en liet die in een flinke vaart in botsing komen op de kop van de hond die nu bijna op schouderhoogte was gekomen. De hond had dat, net als ik trouwens, niet verwacht en kwam met een klap op de grond en bleef voor een luttele seconde verdwaasd liggen. Ze herstelde zich snel en rende achter Sissi aan die door het hek naar huis wilde vluchten. Nog net op tijd kon ik het hek op slot doen, terwijl de hond door de spijlen van het hek naar de kippen gluurde. Jezus nog an toe! In welke slechte film ben ik nu beland? Ik begon te roepen. Daarna te schreeuwen. Hans!!!! Na vijf minuten verscheen Hans op de veranda maar hij had zijn bril niet op en ook zijn luistervinkjes niet in zijn oren. Ik sprong en zwaaide met beide armen. Hans vedween weer naar binnen.

Veel zelfkennis deed ik op het moment bij het hek wel op. Ten eerste wist ik niet dat ik zo hard en lang achter elkaar kon schreeuwen. Ten tweede dat ook moordneigingen mij nu niet meer vreemd zijn. De hond werd steeds wilder  en probeerde zich door het hek heen te werken. Voor mij lag een flinke steen die ik zou pakken als het beest echt agressief zou worden. Maar toen kwam Hans aan lopen. Netjes gewassen, geschoren en schone kleertjes aan. Toen hij mij zag versnelde hij zijn pas. Schiet op man! Ik sta hier GVD met een pittbull aan het hek! Na kort overleg rende Hans naar huis om een hondenriem te halen, zodat we het beest in ieder geval in bedwang konden houden. De riem was niet genoeg. De hond bleek zo verschrikkelijk sterk, dat zelfs Hans bijna omver getrrokken werd. Nu rende ik naar huis en rende weer terug met een grote hondenbench in mijn handen (toen ik die later terugbracht naar huis, bleek het ding loodzwaar te zijn. Dus wel degelijk kan adrenaline iets voor je betekenen). Na een hoop geduw en geknok zat de hond gevangen in de bench, de kust was nu in ieder geval veilig.

Hans verdween naar Eva, onze overbuurvrouw die als vrijwilligster in het asiel van Pécs werkt en geen grotere liefhebberij heeft dan honden. Gezien de stress hadden we geen erg in de tijd en zo kon het gebeuren dat Hans Eva om kwart over zes uit haar bed trommelde. Nog slaapdronken verscheen zij aan de arm van Hans in de tuin. Bij het zien van de pittbull sloeg ze haar handen voor haar mond. Wat een leuk hondje! Wat een schatje! De hond voelde haar haarfijn aan en begon haar hand te likken door de tralies heen. Ze belde van hier naar daar en van daar naar hier. Niemand kon haar echt op weg helpen. Tot ze ineens een lumineus idee kreeg en verdween. Na enkele minuten keerde ze terug met een een jonge vrouw. De jonge vrouw, die haar peuter op haar arm droeg, herkende de hond als de hare. Probleem opgelost. En zo verdwenen zij de tuin uit. Eva bijna haaks getrokken door de hond  en de vrouw met haar peuter.

Ik nam een lange warme douche en schrobde het slijm van mijn lichaam. Bij het wassen van mijn haar spoelde de hond niet uit mijn gedachte weg. Wat een griezel!

Mip

Hondenweer.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was de ochtend na een hele nacht harde regen dat hij er niet was. Normaal gesproken kijkt hij je met z’n grote bruine ogen vragend aan: wandelen? Het werd inderdaad een wandeling maar zonder hem. Het werd een zoektocht naar hem. Hans had al een grote ronde gemaakt die niets had opgeleverd. Nu liepen we er samen. De tuin met onze ogen aftastend, de waterloop achter aan de tuin afspeurend. We riepen zijn naam en hadden er ieder onze gedachten bij. Te erg als hij hier moederziel alleen in het natte gras stervende was. Een wegloper is hij nooit geweest. Zou hij dan toch, zoals in de echte gewone natuur, een plek voor zichzelf hebben gezocht? Als je moedeloos wordt gaan je schouders hangen. Want ineens wordt duidelijk dat hij werkelijk overal zou kunnen zijn. Hij kan alle kanten opgegaan zijn. Of misschien was hij gewoon de weg kwijtgeraakt? Nee, hij is de beste speurder van dit halfrond, die raakt de weg niet kwijt. We spoorden de andere twee aan om mee te zoeken. Zij leken hem zelfs niet te missen.

Nogmaals zoeken. Onder elke struik. Onder de grote spar met haar takken laag over de grond. Onder de auto. De caravan. Het kippenhok. In de garage. In de buitenkast. In huis. Geen spoor van hem te vinden. Op straat dan nog maar een keer. Daar kwam juist de aardige vrouw van de geitenboer aanlopen. Ze had een gesprek met Hans dat ik niet kon horen, maar ik verstond wel hun lichaamstaal. Die zag er hoopvol uit. Ze vroeg me met haar mee te lopen naar haar huis. Ze vertelde dat ze hem die nacht van de straat hadden gehaald, nadat alle honden in de omgeving op tilt waren geslagen en de boel bij elkaar hadden geblaft. Ze pakte mijn hand en wees naar het hek waarachter een groot grasloos veld zichtbaar was.  Daar lag hij, onder een boom, heel ongelukkig te wezen. Toen hij me zag kwam hij schuldbewust in beweging, voorzichtig zwaaiende met iets dat op een staart leek. Ooit weleens helemaal gelukkig geworden van  een dertienjarige hond die doorwaterdrijfnat stinkend onder de modder met een vacht helemaal vol distels (die zich ook helemaal in zijn haar en grote pluimstaart  hadden gedraaid )? Nou, wij wel. Ik zoende Pip zijn stinkende natte kop waarna wij samen over straat wandelde en alle honden ons een concert van vreugde toeblafte. Althans, zo hoorde ik het.

Nu is hij weer schoon. Alleen het model van de hond ziet er nu iets anders uit. Grote plukken haar ontbreken op zijn rug, buik, poten, kont en staart. De distels lieten zich niet anders verwijderen dan met een schaar.

Mip.