Hondenweer.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was de ochtend na een hele nacht harde regen dat hij er niet was. Normaal gesproken kijkt hij je met z’n grote bruine ogen vragend aan: wandelen? Het werd inderdaad een wandeling maar zonder hem. Het werd een zoektocht naar hem. Hans had al een grote ronde gemaakt die niets had opgeleverd. Nu liepen we er samen. De tuin met onze ogen aftastend, de waterloop achter aan de tuin afspeurend. We riepen zijn naam en hadden er ieder onze gedachten bij. Te erg als hij hier moederziel alleen in het natte gras stervende was. Een wegloper is hij nooit geweest. Zou hij dan toch, zoals in de echte gewone natuur, een plek voor zichzelf hebben gezocht? Als je moedeloos wordt gaan je schouders hangen. Want ineens wordt duidelijk dat hij werkelijk overal zou kunnen zijn. Hij kan alle kanten opgegaan zijn. Of misschien was hij gewoon de weg kwijtgeraakt? Nee, hij is de beste speurder van dit halfrond, die raakt de weg niet kwijt. We spoorden de andere twee aan om mee te zoeken. Zij leken hem zelfs niet te missen.

Nogmaals zoeken. Onder elke struik. Onder de grote spar met haar takken laag over de grond. Onder de auto. De caravan. Het kippenhok. In de garage. In de buitenkast. In huis. Geen spoor van hem te vinden. Op straat dan nog maar een keer. Daar kwam juist de aardige vrouw van de geitenboer aanlopen. Ze had een gesprek met Hans dat ik niet kon horen, maar ik verstond wel hun lichaamstaal. Die zag er hoopvol uit. Ze vroeg me met haar mee te lopen naar haar huis. Ze vertelde dat ze hem die nacht van de straat hadden gehaald, nadat alle honden in de omgeving op tilt waren geslagen en de boel bij elkaar hadden geblaft. Ze pakte mijn hand en wees naar het hek waarachter een groot grasloos veld zichtbaar was.  Daar lag hij, onder een boom, heel ongelukkig te wezen. Toen hij me zag kwam hij schuldbewust in beweging, voorzichtig zwaaiende met iets dat op een staart leek. Ooit weleens helemaal gelukkig geworden van  een dertienjarige hond die doorwaterdrijfnat stinkend onder de modder met een vacht helemaal vol distels (die zich ook helemaal in zijn haar en grote pluimstaart  hadden gedraaid )? Nou, wij wel. Ik zoende Pip zijn stinkende natte kop waarna wij samen over straat wandelde en alle honden ons een concert van vreugde toeblafte. Althans, zo hoorde ik het.

Nu is hij weer schoon. Alleen het model van de hond ziet er nu iets anders uit. Grote plukken haar ontbreken op zijn rug, buik, poten, kont en staart. De distels lieten zich niet anders verwijderen dan met een schaar.

Mip.