Short stories.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Wat is dat nou? Vraagt Hans. Ik dacht dat jij druk was een blog te schrijven. Zie ik er allemaal foto’s op staan met een kort verhaal erbij! Tja, zei ik. En dat was dan toch wel het enige woord. Hans vindt dat ik meer verhalen moet schrijven en ik vind het nu makkelijker om de afgelopen tijd met beeld en kleine teksten weer te geven. Short stories voor deze keer dan nog maar.

Deze vogel stoorde ik bij zijn gluurpraktijken in de notenboom. Onder die notenboom struinen de kippen de tuin af op zoek naar lekkere dingetjes. Behalve één kip. Die klom elke dag over het gaas. Het gras aan de andere kant lijkt altijd groener scheen ook deze kip te denken. Meer grasjes, insecten en een fijne kans gewoon de moestuin in te wandelen. De vogel, een volwassen buizerd, bleef terugkeren, dat weet ik omdat hij steeds opvloog als ik onder die boom door liep. Een paar dagen later vonden wij haar verenpak. Geen botje meer over. Geen stukje vlees meer te bekennen. De kip was in de vogel. En de vogel was gevlogen.

Dit is een van de hanen die afgelopen mei bij ons geboren is. Samen met nog een haan en vier kippen. Vooralsnog ging het allemaal goed. De oude haan. Bruno, maalde er niet om, die had zijn eigen toom. Maar toen de beide jonge hanen begonnen te kraaien zagen we de irritatie groeien. Dat begint dan met het echte haantjes gedrag. Breed maken, agressie uitstralen en schijnaanvallen, zodat de jonkies hard wegrennen. Daarna werd het erger. De jonge hanen konden niet meer bij het eten en, eenmaal geslachtsrijp, werd hen ook de weg naar de sexy jonge hennetjes versperd. Elke avond bonje in het nachthok.  Bruno stond bij de deuropening, liet de hanen binnen en donderde ze dan door de andere uitgang weer naar buiten. Toen het moment kwam dat ze recht tegenover elkaar stonden en wij voorzagen dat hier een bloederig drama, waar de dood dan vaak op volgt, aanstaande was. Ik wist het natuurlijk allang, maar duwde het steeds voor me uit. Ja, het was een afspraak en ik zou me er aan houden. Elke dag viel het woord morgen maar afgelopen maandagavond was het moment daar. De volgende morgen vroeg heb ik ze geplukt en schoongemaak. Maar of dat ik met héél véél plezier heb gedaan? Nou, nee.

Ze liggen nu in de vriezer en komen er pas uit als deze slacht van mijn netvlies verdwenen is.

Dit jaar is het tiende jaar dat wij met permacultuur bezig zijn. Permanente agricultuur. De betekenis daarvan is dat er niet gespit wordt. De grond wordt met rust gelaten, zodat slapende zaden niet kunnen uitkomen. Overdekken met gemaaid gras, bladeren en stro uit het kipenhok geeft onkruid nauwelijks de kans om op te komen. Toch, dit jaar liep ik met spa en hark naar de moestuin op zoek naar de veenmol. Omdat er al jaren nesten zitten en het kreng zich steeds meer vermenigvuldigd. Ze eten de wortels, niet de planten. Maar een plant kan nu eenmaal niet leven zonder wortels. En zo zag ik rijen paprika’s, pepers, tuinbonen, sperciebonen, snijbonen, bietjes en capucijners verdwijnen. En daar heb ik genoeg van en daarom heb ik met al mijn fanatisme twee delen van de moestuin diep omgespit. En jawel, ik heb ze gevonden, de krengen. Ze zijn groot en sneller dan water. Maar ik ben groter en ook nog eens sterker. Het is dat het niet nodig was, maar ik was in staat om tot Australië door te graven. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Pompoenen. Dit jaar bedacht ik dat ik die het beste in de kas kon laten groeien. Minder last van ongedierte zoals slakken die pompoenen wel rauw lusten. Nu vraagt de plant nogal wat ruimte, de groei is behoorlijk zeg maar. Toch vond ik dat het moest kunnen, want elke dag een beetje snoeien is natuurlijk geen probleem. Maar ik snoeide niet elke dag, dat kwam door omstandigheden die we ook wel hitte noemen. Al heel vroeg in de morgen was het niet te harden in de kas, dus snoeide ik alleen het voorste deel vlak bij de deur. Tot het moment dat ik door de grote bladeren de pompoenen niet meer zag. Dacht ik eerst nog dat er zeker wel zeven vruchten aan groeiden, bij het weghalen van de hele plant (later in het seizoen) bleek dat er twintig vruchten aan groeiden. Toch nog een leuke verrassing. Maar volgend jaar weer gewoon op de mesthoop. Dat hebben ze ruimte genoeg en blijft het, hoop ik dan, wat overzichtelijker.

 

Pip heeft een hekel aan kruiwagens. Althans, dat is wat ik denk. Of ik nu de kruiwagen vul met onkruid of met stapels brandhout voor de kachel, hij blijft wachten tot ik ga rijden. Dan springt hij op, neemt iets in zijn bek, het maakt niet uit wat, en rent dan blaffend voor mij uit de andere honden aanjagend. Wat betreft dat iets in zijn bek nemen, een tijdje geleden was hij even van slag, was eigenlijk te laat met reageren en kon zo snel niets vinden. Geen stok of bal of iets dergelijks. Even later zag ik hem razen door de tuin met mijn blauwe kaplaars die nu vol gaatjes zit. Om maar even aan te geven dat het niet uitmaakt wat hij in zijn bek heeft, als het maar iets is. Maar dat blaffen is zo irritant. Vooral ook nu zijn blaf flink versleten is en het klinkt als een oude scharnierende deur die op de wind heen en weer gezwiept wordt. Een paar jaar geleden heb ik er iets op gevonden. Als hij in de kruiwagen mag meerijden blaft hij niet. En zo kan het gebeuren dat hij van achter uit de tuin tot aan het huis gereden wordt. Eigenlijk best wel slim, die hond. Poes Fefe had dit keer ook weleens zin om mee te rijden. Maar die blijft wel miauwen.

Dit is Beau als hij de leukste thuis is. “Baas ik weet dat ik niet in die stoel mag, maar de poes doet het ook. Waarom ik niet?” Let even goed op zijn gelaatsuitdrukking en kijk dan naar de volgende foto.

Dit is Beau nadat hij in de nachtelijke uren over de muur is geklommen, de voerbak van Arthur (onze buurhond) heeft leeggevreten en met een vacht vol klittenbollen aan de andere kant van het hek in de tuin staat. De woorden “waar kom jij vandaan?” Zijn genoeg voor deze gelaatsuitdrukking. Zeer schuldbewust. De oren plat, de wimpers een beetje knipperend, de staart laag maar wel licht zwaaiend. Toneelspeler!

Dit is het weer voor nu. Volgende keer meer Short Stories.

Mip