Dan toch maar foto’s.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Hans molenkamp’s foto’s.
Omdat zijn broer Rens er om vroeg toog Hans gisterenmorgen het dorp in. Al in de richting lopend van het nest zag hij er slechts één. De dame in kwestie. Meneer deed waarschijnlijk een zoektocht naar de lekkerste van de lekkerste dingetjes waarmee je een vrouw kunt verwennen. Kikkers, de er al volop zijn, en ander snoepgoed om haar aan te laten sterken. In de tussentijd deed zij haar dans. Geen zwanendans maar een levenechte ooievaarsdans.

Prettig paasfeest.

 

 

 

Mip.

Met blijdschap delen wij u mede:

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Al die tijd stond hij op wacht. Slechts één keer was hij er op uit. We zagen hem wel een beetje magertjes worden en ook zijn kop stond niet meer zo fier op zijn fraai gevederde lichaam. De wanhoop nabij, daar leek er op. Blijft er een vraag over. Kan een mens gelukkig worden van twee vogels? Inderdaad, dat kan.

Gisteren, Hans zag haar als eerste en wees mij direct met een por in mijn zij op het nest. “Wat zei ik? Die komt heus nog wel”. Nu klonk zijn stem oventuigender dan op het moment dat hij de woorden daadwerkelijk uitsprak. Zo’n week of twee geleden, toen de ooievaar al meer dan een week alleen op het nest zat. Maar daar stond ze nu. Recht op haar poten met een rafelig verenpak, waarschijnlijk moe van de veel te lange reis. Rondom haar schudde hij het nest nog eens op. Hij leek zijn kracht hervonden te hebben en schudde met zijn kop de laatste grasresten uit zijn snavel zonder haar lange dunne poten te raken. Het is een hele opluchting.

Daarom delen wij u met blijdschap mede dat onze ooievaars eindelijk weer samen zijn. Heerlijk!

Mip.

Hartbrekers.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Is het mogelijk dat een ooievaar je hart kan breken? Ja, dat is mogelijk.

Eigenlijk is het heel vanzelfsprekend en tegelijk altijd weer wonderbaarlijk. Als ze ergens in augustus uitvliegen gaan de meisjes ooievaars een andere kant op dan de jongens ooievaars om elkaar ergens in maart weer te treffen op het nest dat ze achter lieten. Zelf vind ik het al een wonder dat ze de weg zomaar weer terug vinden. De aankomsttijd is nooit helemaal tegelijk, daar kan nog weleens een paar dagen tussen zitten. Maar nu? De eerste ooievaar kwam meer dan twee weken geleden aan op het nest. Daar had ik al over geschreven. Ondertussen is het hele nest gerenoveerd, zodat ze het samen later opnieuw kunnen opbouwen en verstevigen. Maar er is geen samen. De ooievaar is nog steeds alleen en zit uren op de uitkijk. Opvallend is dat hij/zij het nest bijna nooit verlaat maar in een afwachtende houding het nest warm houdt. Liggend, soms staand. Maar amper uitvliegend voor voedsel. Steeds maar weer op de uitkijk naar de partner. Nu heb ik niet zoveel verstand van vogels maar het gaat er op lijken, als de partner niet terugkeert naar het nest, dat de ooievaar kan sterven. Van verdriet maar ook van honger. Het liefst zou ik de ooievaar bemoedigende woorden toe willen spreken. Bijvoorbeeld dat het nog steeds zulk slecht weer is en dat de partner zal wachten tot het een beetje warmer wordt. Of dat de partner een beetje uitgeput is van de lange reis vanaf Afrika over wilde zeeën en grillige bergen. Maar ik spreek geen ooievaars en dat breekt mijn hart. Hierbij wordt meteen weer duidelijk dat niets vanzelfsprekend is, maar dat alles eigenlijk  wonderbaarlijk is als het goed gaat. Hoewel ik natuurlijk wel hoop dat het allemaal nog goed gaat komen.

Wat ook zeker goed gaat komen zijn de verkiezingen van 8 april in dit land. En waarom weet ik dat? Welnu, dat vergt enige uitleg.

Toen wij hier in 2007 kwamen wonen is Hans direct een bedrijf gestart, zodat hij op legale wijze zijn werk kon doen. Aan zo’n bedrijf kleven wat maandelijkse lasten, zoals het afdragen voor pensioen. Die kosten waren circa 250 euro per maand, maar daar zou je later dan ook wat voor krijgen. En dat klopt. Toen Hans 65 jaar werd kreeg hij pensioen van staat. Eerst was dat 18 euro per maand, maar nu zes jaar later is dat al opgelopen tot 22 euro per maand. Waarmee we dus in het staatssysteem voor gepensioneerden zitten. De grootste regeringspartij draagt de naam Fidesz.

De verkiezingen zijn aanstaande. Overal zijn billboards te vinden van politieke partijen die het allerbeste voor hebben met het volk. Fidesz heeft een originele tekst verzonnen die er niet om liegt. Bij ons, Hongarije eerst! Waar ken ik die tekst ook alweer van? Jobbik, extreem rechts, heeft de leus: Wij zullen overwinnen, als jij maar op ons stemt. Het schreeuwt van de billboards af. MLP heeft daarentegen een mooie lieve dame die alleen maar zegt: Wij hebben het beste met u voor. Maar toch, hebben al die billboards wel zin? Gisteren stond de postbode voor de deur, vrolijk zwaaiend met een envelop waarvoor getekend moest worden. Wat in de envelop zit is geen geheim, het staat er met dikke vette letters op: TIENDUIZEND FORINT. Dat is omgerekend 33 euro. De begeleidende brief is ondertekend door de premier van dit land. Inderdaad die aan het hoofd van Fidesz staat. Het oh en wat fantastisch klinkt weer door bij de kassa van de winkel, want de Hongaren kunnen nog net voor pasen iets extra’s kopen. En dat beklijft. Je zou het mooi en zorgzaam kunnen noemen, maar in dit geval zou ik eerder denken aan het kopen van stemmen. Omkoping is ook wel een woord dat daarvoor gebruikt zou kunnen worden. En ook daarvan breekt mijn hart. Hier is het wachten op betere tijden, alleen hebben er weinigen in de gaten dat zij dat zelf in de hand kunnen hebben. Verkiezingen, ooit bedacht om daardoor een democratische uitslag te krijgen. Hier hebben wij geen heer T. Baudet nodig om te controleren of alle stemmen wel goed geteld worden. Hier hoeft niets geteld te worden, omdat de uitslag al bijna vast staat.

Mip

Lente 2018.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

21 maart 2018. Het vriest. Het sneeuwt. Zaterdag gaat de zomertijd in. Ik weet niet of ik dit jaar de klok  vooruit ga zetten. Eerst maar eens zien of het lente wil worden. Meer valt er niet te schrijven.

Mip

Het was leuk, maar nu is het wel genoeg.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Hierboven de foto’s van begin maart 2018. Kippenvoer is niet alleen voor kippen. Zie hier! De Appelvink, de Keep, de Ringmus, de Heggemus en de Huismus. Dan nog de Kramsvogel, de Spreeuw en uiteraard de Koolmees en het Roodborstje. Maar ook niet te vergeten onze zwarte gastduiven en dan nog een tal van duiven dat zichzelf had uitgenodigd voor een snack. Allemaal op vijf meter afstand van de terrasdeur waar onze stoel regelmatig voor staat. Binnen natuurlijk want buiten vroor het behoorlijk.

Dit is een weekje later. 11 maart om precies te zijn. Hans snoeit de appelboom bij 21 graden, boven nul deze keer. Heerlijk zonnig, zonder wind en weinig wolken. Het ging zelfs zo ver dat wij in de middag naar Pécs reden voor een vers geschept ijsje. Want boven de 20 graden is voor Hans het sein dat hij weer aan de ijskoude calorieën mag. Maar helaas, lege bakken in de toonbank. onze Italiaanse ijsspecialist was ook niet voorbereid op zoveel zonneschijn.

Weer een dag later laat de Berkenboom zien dat de lente echt in aantocht is. De sapstromen in volle gang. Nu tien liter per dag van twee bomen en we hebben er vier maar houden het op twee anders overstromen we nog.

Nog diezelfde dag zagen we en hoorden we een vlucht Kraanvogels. Hans had geen camera bij zich, wat wel jammer is want het was een hele grote club deze keer. En bij thuiskomst zagen wij dat de eerste Ooievaar op het nest is teruggekeerd. Dat wordt hard werken want voor de partner thuis komt moet het hele nest nog worden gerenoveerd. Onkruid en gras eruit en nieuwe takken erin. Die is voorlopig nog wel even bezig.

Vandaag reden we naar het bos om daslook te plukken. De tweede keer al deze week. Eén groot geurend lookbos omringd door miljoenen sneeuwklokjes. Ook dat riekt ontzettend naar lente.

Maar heelaas, niets is minder waar. Vanaf morgen zal de regen uit de hemel kletteren en zal daarna overgaan in een flink pak sneeuw. De temperaturen zakken weer tot winterniveau. Het wordt weer koud. En als ik heel eerlijk ben kan mij dat gestolen worden. Ik wil lente. Heerlijk zonnige lente met bloeiende bomen en een schep in de grond van de moestuin om mijn zaden onder te graven die dan later weer hele mooie planten worden met heerlijke vruchten eraan die we dan op kunnen eten of inmaken of invriezen. Groenten in alle soorten. Daar heb ik zin in. Maar helaas ben ik geen god van het weer en zal ik me moeten overleveren aan die goden die het wel voor het zeggen hebben. Het leven is leuk maar het kan echt een heel stuk leuker.

Mip.

 

 

 

 

Een Land van Fondant.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het heeft hier gesneeuwd en het is koud geweest. Heel koud zelfs. Nu waren er al eerder voorspellingen die we niet altijd geloven. Sneeuw, jawel, minstens een halve meter. Dit getal namen we toch wel serieus. We spoedden ons naar de winkel om de mondvoorraad aan te vullen voor het geval we zouden insneeuwen. Die sneeuw viel inderdaad. Uren en uren witte vlokken die eenmaal ter aarde smolten op het veel te warme gras. Dat bleef dus niet liggen en veroorzaakte alleen maar een enorme modderzooi. Toen kwam de voorspelling van het koudefront. Ook een lachtertje natuurlijk want het was nog minstens 12 graden boven nul en de cijfers van de voorspelling gaven een variatie van -12 tot -23. En sneeuw, heel veel sneeuw. Ik moet eerlijk toegeven dat deze voorspellingen wel zijn uitgekomen. Ik had mijn lente-outfit al voor in de kast liggen, maar helaas moest die verrruild worden voor dikke winterse kousen, thermo ondergoed en dikke koudebestendige handschoenen. De winter viel dus alsnog, al was het toen al eind februari.

Nu, begin maart, zitten we ineens met een Land van Fondant. Hoe ziet dat eruit? Ga eerst maar met je gedachte naar de echte patisserie. Fondant. Hard aan de buitenkant en als je er in bijt proef je een zoete zachte vulling waardoor de mondsappen spontaan uit je mondhoeken lekken. Dus zo’n substantie maar dan van sneeuw met een laag ijzel er overheen. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik keek naar buiten en had zin om in die heerlijke verse sneeuw een hondenwandeling te gaan maken. Gekleed in thermo en aanverwanten artikelen keek ik nog even op de thermometer en die gaf -10 aan. Met de door schoonzus Marijke gebreide muts flink over de oren getrokken werd ik enthousiast door de honden ontvangen. Winterkaplaarzen aan heeft de betekenis dat er gewandeld gaat worden en zij renden alvast voor mij uit naar het hek. Maar wat liepen ze raar. En waar kwam ineens die takkeherrie vandaan? Ik stapte in de verse sneeuw die zo hard was dat de ijsschotsen naast mijn voeten uitbraken en een enorme knal veroorzaakten. Zeg maar anders dan bij sneeuw die juist het geluid altijd zo mooi dempt. Bij het openen van het kippenhok zag ik kippen die minder enthousiast waren. Zij wisten waarschijnlijk al van de ijzel. Ik strooide van as een pad naar hun voederbak, maar ze hadden geen interesse. De eerste kip rende, dacht ze, naar het houthok. Het is best een koddig gezicht om kippen, gelijk Bambi, over de harde sneeuw te zien trachten een stukje verder komen. Wat meer naar de zijkant was de sneeuw wat zachter en de eerste kip verkoos die route. Er ontstond een heel grappig beeld. Stap, plop, poot in de diepte. Poot terugtrekken, volgende stap, plop, poot in de diepte. Dus van rennen was hier geen sprake. Uiteindelijk, na enige minuten,  had zij haar doel bereikt achtervolgt door andere ploppende kippen. Ik begon er plezier in te krijgen.

Met knallende passen bereikte ik het hek waar de honden stonden te stuiteren. “Nee jongens, vandaag geen stokken. Eerst maar zien tot hoe ver we kunnen komen” sprak ik het drietal toe. Hek open, ging toch wel wat moeizaam. Uiteindelijk met veel gewrik kon ik een opening veroorzaken. Beau en Sissi renden, (nou ja, renden. Het leek meer op een ijsdansact voor beginners) er vandoor en Pip bleef strak naast mij lopen. Wat een geluid! Alsof ik met drie volbloed Friesche knollen op stap was en ik zelf als knallend vermogen er achter aan. Niks lekker rustig. Niks gedempt geluid. Als er al herten in de tuin zouden zijn konden die ons op een kilometer afstand aan horen komen. Er was inderdaad geen beest te zien. Eenmaal achter  in de tuin begon het spontaan te regenen terwijl het nog pittig vroor. Met de mededeling “huis”, omdat ik geen zin had om in een één of andere ijskoningin te veranderen, keerden we om en liepen (de drie zeer teleurgesteld) als een soort circuspaardjes knallend en ploppend richting het hek.  Een Land van Fondant is leuk, maar je moet er niet te lang in  rondwandelen.

Mip