Een Land van Fondant.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het heeft hier gesneeuwd en het is koud geweest. Heel koud zelfs. Nu waren er al eerder voorspellingen die we niet altijd geloven. Sneeuw, jawel, minstens een halve meter. Dit getal namen we toch wel serieus. We spoedden ons naar de winkel om de mondvoorraad aan te vullen voor het geval we zouden insneeuwen. Die sneeuw viel inderdaad. Uren en uren witte vlokken die eenmaal ter aarde smolten op het veel te warme gras. Dat bleef dus niet liggen en veroorzaakte alleen maar een enorme modderzooi. Toen kwam de voorspelling van het koudefront. Ook een lachtertje natuurlijk want het was nog minstens 12 graden boven nul en de cijfers van de voorspelling gaven een variatie van -12 tot -23. En sneeuw, heel veel sneeuw. Ik moet eerlijk toegeven dat deze voorspellingen wel zijn uitgekomen. Ik had mijn lente-outfit al voor in de kast liggen, maar helaas moest die verrruild worden voor dikke winterse kousen, thermo ondergoed en dikke koudebestendige handschoenen. De winter viel dus alsnog, al was het toen al eind februari.

Nu, begin maart, zitten we ineens met een Land van Fondant. Hoe ziet dat eruit? Ga eerst maar met je gedachte naar de echte patisserie. Fondant. Hard aan de buitenkant en als je er in bijt proef je een zoete zachte vulling waardoor de mondsappen spontaan uit je mondhoeken lekken. Dus zo’n substantie maar dan van sneeuw met een laag ijzel er overheen. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik keek naar buiten en had zin om in die heerlijke verse sneeuw een hondenwandeling te gaan maken. Gekleed in thermo en aanverwanten artikelen keek ik nog even op de thermometer en die gaf -10 aan. Met de door schoonzus Marijke gebreide muts flink over de oren getrokken werd ik enthousiast door de honden ontvangen. Winterkaplaarzen aan heeft de betekenis dat er gewandeld gaat worden en zij renden alvast voor mij uit naar het hek. Maar wat liepen ze raar. En waar kwam ineens die takkeherrie vandaan? Ik stapte in de verse sneeuw die zo hard was dat de ijsschotsen naast mijn voeten uitbraken en een enorme knal veroorzaakten. Zeg maar anders dan bij sneeuw die juist het geluid altijd zo mooi dempt. Bij het openen van het kippenhok zag ik kippen die minder enthousiast waren. Zij wisten waarschijnlijk al van de ijzel. Ik strooide van as een pad naar hun voederbak, maar ze hadden geen interesse. De eerste kip rende, dacht ze, naar het houthok. Het is best een koddig gezicht om kippen, gelijk Bambi, over de harde sneeuw te zien trachten een stukje verder komen. Wat meer naar de zijkant was de sneeuw wat zachter en de eerste kip verkoos die route. Er ontstond een heel grappig beeld. Stap, plop, poot in de diepte. Poot terugtrekken, volgende stap, plop, poot in de diepte. Dus van rennen was hier geen sprake. Uiteindelijk, na enige minuten,  had zij haar doel bereikt achtervolgt door andere ploppende kippen. Ik begon er plezier in te krijgen.

Met knallende passen bereikte ik het hek waar de honden stonden te stuiteren. “Nee jongens, vandaag geen stokken. Eerst maar zien tot hoe ver we kunnen komen” sprak ik het drietal toe. Hek open, ging toch wel wat moeizaam. Uiteindelijk met veel gewrik kon ik een opening veroorzaken. Beau en Sissi renden, (nou ja, renden. Het leek meer op een ijsdansact voor beginners) er vandoor en Pip bleef strak naast mij lopen. Wat een geluid! Alsof ik met drie volbloed Friesche knollen op stap was en ik zelf als knallend vermogen er achter aan. Niks lekker rustig. Niks gedempt geluid. Als er al herten in de tuin zouden zijn konden die ons op een kilometer afstand aan horen komen. Er was inderdaad geen beest te zien. Eenmaal achter  in de tuin begon het spontaan te regenen terwijl het nog pittig vroor. Met de mededeling “huis”, omdat ik geen zin had om in een één of andere ijskoningin te veranderen, keerden we om en liepen (de drie zeer teleurgesteld) als een soort circuspaardjes knallend en ploppend richting het hek.  Een Land van Fondant is leuk, maar je moet er niet te lang in  rondwandelen.

Mip