Pelgrimstocht. Zarándoklat.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Op 20 april was het alweer zo ver. Ron en Arwen zijn wederom aangeland in ons land. Op een plek, bij ons dus, waar altijd wel wat te doen valt. En dat doen ze dan ook ieder jaar weer. Armen uit de mouwen, maar eerst hun eigen plek rond de oude caravan opbouwen. Eigen maken. Thuis voelen. Daar zijn ze steengoed in. Lekker in alle rust hun eigen ontbijtje maken en opeten natuurlijk. Bakken hun eigen brood, zodat ze met de lunch altijd lekker knapperig vers brood hebben (Koos die broodmachine is fantastisch! Ik zal geen zout in de wonden wrijven, maar wij/zij zijn er heel blij mee). En die lunch hebben ze keihard nodig want al dat werken en klussen daar krijg je enorme trek van. Wat bij mij altijd weer verbazing en tegelijk verwondering oproept, omdat hun werk in het onderwijs echt geen kattepis is. Toch is het dit jaar iets anders dan voorgaande jaren. Er was namelijk een plan, een ontzettend mooi plan.

Zo’n twee maanden geleden kwam er een vraag van Valéria en Zoltán. Na het overlijden van hun zoon Bence, die slechts zeventien jaar is geworden, zijn zij niet verdronken in hun eigen verdriet maar hebben dit omgezet in een energie waarbij familie en vrienden betrokken worden en er als vanzelf in mee gezogen worden. Ze wilden heel graag dat Hans en ik daarbij zouden zijn. Als vrienden van Bence en als vrienden van het gezin. Hans zou het met liefde hebben gedaan maar zijn lichaam zou het zeker niet toestaan dat deze onderneming zou slagen. Maar foto’s maken, dat zouden ze ook heel fijn vinden. Bij mij kwam de vraag binnen als een zonnestraal na een donderbui.

Vorig jaar zou Arwen de vierdaagse van Nijmijgen gaan lopen, dat zou in juli zijn. Omdat ze in een trainingsschema zat wilde ze graag tijdens haar verblijf hier (zo elk jaar rond eind april en de eerste week van mei) haar schema voortzetten om goed beslagen ten ijs in Nijmegen van start te gaan. Natuurlijk wilde Ron haar daar in steunen maar niet met elke wandeling. Nu ben ik wel beweeglijk maar niet echt een met spek doortastende wandelaar. Toch prikkelde haar wandelingen mij in dien mate, dat ik echt zin kreeg om met haar mee te lopen. Ze had er flink de pas in die ik al hijgend volgde. Maar gaande de wandelingen werd het hijgen minder en de prikkel om verder te lopen groter. Ik raakte geoefend maar zeker niet getraind. In juli van vorig jaar liep Arwen vol trots de eerste keer de vierdaagse van Nijmegen helemaal uit. En dat bracht mij op de volgende vraag.

Een klein berichtje was voldoende. Daarna volgde de vraag. “Heb jij zin om voor één dag een pelgrimstocht mee te lopen?” Juist omdat het precies met hun verblijf hier in Hongarije samenviel. Het antwoord was JA. En zo gingen wij afzonderlijk van elkaar in training. Ik kreeg allerhande goede tips wat vooral te doen en wat vooral niet te doen. Ze checkte af en toe mijn afstanden (die ik met hond Bence of hond Sissi liep) en klonk niet ontevreden. Zaterdagmorgen om acht uur was het zover. De tocht zelf duurt vijf dagen en heeft een afstand van ca. 160 kilometer. Van Pécs naar Gyugy vlak bij het Balatonmeer, de plek waar Bence een plaats heeft waar hij voor eeuwig herinnerd wordt.

De groep bestond uit 18 mensen. Vrienden en familie. Na wat handen schudden en een kleine introductie van iedereen liepen we eerst naar een nog maar net geplante amandelboom aan de voet van het Bisdom waar vandaan wij zouden vertrekken.. Nadat Hans en Ron ons uitzwaaiden en iedereen een goede reis hadden gewenst gingen we op weg. Nog voor de eerste steile helling ging er een platvinkje palinka rond. Wij sloegen over. Alcohol en sport vonden wij beiden niet zo’n goede combi.

We gingen op weg naar Szentkatalin. Een wandeling van ruim dertig kilometer door het Mecsek gebergte. Het weer zat mee, het was zeker niet te heet en de verwachte regen bleef uit. Na ongeveer 500 meter recht omhoog in de stad vroeg ik al aan Arwen of we er al waren. Ze keek me schuin aan, ik lachte. Nooit geweten dat die stad zo steil was. We rijden er meestal met de auto en dan neem je allerlei bochten om vervolgens op de juiste plek te komen. Maar nu gingen we over paden, steile trappen, nog meer steile paden en nog meer steile trappen. In mijn hoofd spookte de woorden “niet genoeg geoefend”. Maar eenmaal bij het standbeeld stonden er toch wel heel wat mensen even voorover gebogen met hun handen op hun knieen om even op adem te komen. “Is het te hard?” Vroeg Valéria lachend. Ik toonde mijn spierballen en zei: “Ja, maar ik ben harder”. En zo liepen wij af op één van de mooiste Hongaarse ervaringen. Met klimmen en dalen door miljoenen, mijoenen bloeiende daslookplanten die vlakbij ons vertrapt werden door een stelletje dolle wilde zwijnen op de vlucht. Gaande de wandeling werd de sfeer prettiger en fijner. Heerlijk om hier onderdeel van te zijn. Er werd vooral ook veel gelachen en de ontspanning was op alle fronten merkbaar.

Nog maar net onderweg merkte ik op dat het gelukkig niet zo modderig was, ondanks de heftige regenval van de dag ervoor. Maar eenmaal een stuk verder sopten en slipten wij een modderpad af die onze schoenen bijna uitzogen. Arwen, met toch wel een in sport gegoten lichaam, liep schuin voor mij en zag haar glippen en glijden. Zwaaiend met haar armen probeerde zij zich overeind te houden. Dat lukte ook wel maar door de slappe lach leken haar benen ook slapper. Snikkend en gierend hielden wij elkaar overeind terwijl ik riep: je lijkt Bambi wel! Die scene op het ijs samen met Stampertje. Even keken we nog achterom en inderdaad, we waren gezien. Maar wij zagen van hen hetzelfde als zij van ons.

De stops onderweg waren kort en eentje was wat langer. Dat was bij een terras in Abaliget. Grote bieren verdwenen in de mannen. Ik bedacht als ik dat zou doen ik waarschijnlijk om mijn buik het laatste deel van deze tocht zou moeten afmaken. Dan maar een pittge koffie.

Het laatste deel van de tocht ging over grazige weiden met glooiende landschappen. De klimmen waren straf maar niet onneembaar. De afdalingen waren ook straf maar we lieten ons niet afschrikken. Tegen half vijf zagen wij het verlossende bord “Szentkatalin” en met een grijns van hier tot Jericho liepen wij het hek binnen bij het huis waar wij die nacht met z’n allen zouden slapen. Hans en Ron voegden zich een kwartier later bij ons. Maar eerst een grote bier om de dorst te lessen en mijn eerste echte grote wandeling te vieren.

Om het toch compleet te maken lopen wij woensdag de laatste 25 kilometer mee, samen met Ron dit keer. We kijken er nu al naar uit. Naar de warmte van de groep, naar energie die los gekomen is. Op weg naar de plek waar het allemaal om begonnen is. De eeuwige herdenkingsplaats van Bence. Slechts zeventien jaar geworden maar de energie die dat opgeroepen heeft is van een oerkracht die zijn weerga niet kent. Zarándoklat, mooi Hongaars woord.

Mip

 

Acht uur in de morgen. Wachten op wat er gaat komen.

Hans! Schiet nou op! Ik heb het koud! Nu ik zo die spillen pootjes zie begrijp ik wel dat sommige van de groep twijfels hadden of ik het wel zou halen. Maar spieren zijn  het, echte spieren.

Klaar voor de start. Klaar voor het grote moment waarvan wij geen idee hadden hoe het zou zijn.

Maar eerst nog een kaars bij de jonge amandelboom ter ere van zijn kind.

Valéria verteld het hoe en waarom. De meeste van ons hielden het niet droog.

 

En dan eindelijk op weg.

 

Aankomst in Szentkatalin.

Er zijn nog veel meer foto’s van de prachtige route. Die komen later, zijn nog niet in mijn bezit.

3 thoughts on “Pelgrimstocht. Zarándoklat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s