Held.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was vorig jaar in september toen we ineens een hond zagen in de tuin van het leegstaande huis aan de overkant. Het huis zelf is onbewoond maar in de schuren heeft de eigenaar zijn machines staan. Landbouwmachines en een tractor. Even dachten wij dat hij de hond er achter had gelaten en zodoende kon dienen als waakhond. Een grote Duitse Herder, daar durft niemand langs te komen dachten we gelijk. Maar niet veel later bleek niet hij maar iemand anders de eigenaar van de hond te zijn. Onze burgemeester. We zagen haar dagelijks. Ze gaf de hond, die de naam Nero droeg, vers water en vers eten. Na enkele dagen ging Nero bekend gedrag vertonen. Gedrag van een hond die uit de auto gezet is (we komen ze hier met enige regelmaat tegen, vandaar de kennis van dit gedrag en niet omdat ik zoveel van honden weet). Hij stond voor het grote hek te wachten en dat wachten deed hij uren achter elkaar. Daarna ging hij blaffen en dat geblaf ging in de nacht over op huilen. Het geluid ging door merg en been en sneed in onze ziel, maar hield ons tegelijk ook uit de slaap. Na enige tijd werd het een klacht, omdat ook andere honden reageerden op het geblaf en gejank. We moesten iets doen voor deze eenzame blaffer. Met andere woorden: hij verdiende een beter leven dan alleen maar wachten en wachten in eenzaamheid. Het woord dierenmishandeling viel hier huis regelmatig.

Hans sprak met de burgemeester. Nou ja, het was vooral de vraag hoe lang dit nog ging duren. Nu had Hans al contact gehad met vrienden in Amsterdam die een grote voorliefde hebben voor Duitse Herders. Een jaar daarvoor hadden zij een hond van ditzelfde ras op jonge leeftijd verloren. Hun hart weende nog altijd na. Na enige beraad openden zij datzelfde hart en vertelden dat als het moest zij Nero zouden komen halen. Na de vraag haalde de burgemeester haar schouders op en zei: hát …ik weet niet hoe lang het gaat duren maar Nero mag niet weg. Haar kleindochter, een vrolijke peuter, was helemaal wild van Nero en die moest ze kunnen bezoeken. Op de vraag waarom Nero dan niet gewoon lekker thuis kon wonen was het antwoord iets langer maar ik schrijf het korter. Nieuwe vriend, heeft twee honden van een Italiaans ras die niet kunnen samenleven met Nero. En juist nu het vrouwtje zo graag wilde samenwonen met de eigenaar van de italiaanse honden. Dus woont Nero nu hier tot er een echte oplossing gevonden is. Maar, vertelde ze nog, Nero is niet ongelukkig. Hij is altijd blij als ik er ben. Dat was het antwoord, maar niet de oplossing.

De winter viel in. Nero’s eenzaamheid nam ernstige vormen aan. Het ijsberen langs het hek duurde langer samen met het blaffen en huilen. Inderdaad, de burgemeester had gelijk, de hond was altijd blij als hij haar zag. Maar, en excuuus voor mijn grofheid, wat wil je godver de godver als zo’n hond 23 uur en vijftig minuten alleen zit? Natuurlijk is hij dan blij! Want hij denkt elke dag weer dat hij gedumpt is! De klachten werden erger en als je in het dorp een klacht hebt dan ga je naar de…..inderdaad de burgemeester. Sommige avonden ging Hans, of anders ik, naar de overkant om de hond te troosten. Een aai over zijn kop, een goed gesprek en dan een lik over je hand van die enorme tong. Nero was gewoon een grote schat van een hond. Hans maakte nachtopnames van zijn gehuil en stuurde die naar de burgemeester. Ze reageerde niet. Ik schreef haar een bericht met de vraag of er een gesprek mogelijk was. Geen antwoord. Nogmaals dan maar die opnames maar dan van andere nachten. Geen reactie. Ondertussen kwam het stoom uit onze oren. Iemand stelde voor om de hond in de nacht in de garage op te sluiten en in de morgen weer los te laten. Waarschijnlijk geen goed plan want de burgemeester ging er niet op in. Nu lijkt het alsof wij de enigen waren maar niets is minder waar. Alleen de doven in dit dorp hadden goede nachtrust.

De dagen gingen weer wat lengen maar Nero werd er niet gelukkiger van. Toen, op een dag in april, was er toch weer een gesprek samen met haar nieuwe vriend die Hans meteen toeschreeuwde dat hij op moest donderen naar Nederland. Geen aardige reactie maar ook zeker geen oplossing van het probleem, omdat de andere dorpsbewoners niet zomaar naar Nederland konden vertrekken en zij dus gewoon last bleven houden van de hond. Schijt aan alles dus. Maar rustig blijven en in gesprek blijven, dat was mijn motto voor dat moment.

Eindelijk in mei kwam het verlossende bericht. “Als de Hollanders Nero willen hebben kunnen ze hem op komen halen”.

Ondertussen moesten zaken als injecties, paspoorten en afstandsverklaring geregeld voordat Anton en Laurien zouden vertrekken met Nero. Eind mei arriveerden ze. Ze bleven drie dagen om Nero te observeren maar ook om aan hem te wennen. Ze kamden hem. Speelden met hem. Liepen aan de riem. En Nero was de meest voorbeeldige hond alller honden. Op 30 mei is hij vertrokken. Naar Amsterdam. Hartje centrum. Daar is zijn nieuwe leven. Na wat wennen aan al die miljoenen prikkels per dag (honden, katten, fietsen, auto’s, trams, geurtjes, honderden geurtjes en heel veel mensen) kunnen we zeggen dat de missie geslaagd is. Nero heet nu geen Nero meer maar Iroas wat Grieks is voor held. Held omdat hij in negen maanden eenzaamheid nog altijd lief is gebleven.

 

Nero tijdens zijn eenzame verblijf met alleen een bal als vriend.

 

Nero tijdens de gewenningsperiode met zijn nieuwe baasjes. En het afscheid van zijn oude bazin.

 

Nero onderweg naar zijn nieuwe bestemming waar hij twee dagen later aan zou komen.

Held in Amsterdam. Samen met de bazin op de bank met naast hem zijn vriend, de bal. Held in Amsterdam, letterlijk uitgevloerd na een heerlijk pittige wandelen. Hier ook nog steeds met zijn vriend, de bal.

Míp