Shortlife stories.

Er was wel tijd maar geen plaats in mijn hoofd. Natuurlijk was ik zo vaak alweer begonnen met de eerste tien zinnen. En dan dacht ik: “Waarom zou ik schrijven? Wie heeft er wat aan?”. Eerlijk gezegd, ikzelf het meest, omdat het bijhouden van een blog toch meer een dagboek over de gebeurtenissen in ons leven is. Sommige gebruiken facebook of een ander middel om gedachtenspinsels op te schrijven. Ik hou het liever, om veel verschillende redenen, bij een blog.

We hadden veel met de dood deze afgelopen twee maanden. Vier vrienden man/vrouw. En niemand van hen had een leeftijd waarbij je denkt “goh, die heeft de jaren er wel opzitten”. Niet Eén.

 

Half november overleed Peter aan een zelf gekozen dood. Voor zijn werk reisde hij de hele wereld over. Altijd in beweging. Tot die dag dat zijn leven met een rotklap tot stilstand kwam. MS had hem in elf jaar tot een alleen nog pratend wrak gemaakt. Per telefoon namen wij de avond ervoor afscheid van hem. Het was een vreemd maar mooi gesprek. Toen ik wilde eindigen met de woorden “we zien elkaar in de hemel” onderbrak hij mij en zei “die bestaat niet, maar misschien in een ander leven”. Peter werd 52 jaar jong.

Ina was een wervelende vrouw. Kunstnaar in de kunsten en in het leven. Haar “to do” lijst was nog lang, maar vlieglessen en Italiaanse lessen in woord, geschrift en koken in het haar geliefde Rome had ze al kunnen doorstrepen.

Begin december kwamen de eerste verontrustende berichten van haar binnen. Hans, die sinds 45 jaar met haar bevriend was, had het afgelopen jaar al veel gesprekken met haar gehad. “Ik ga drie sterren sterven” zei ze met een vette glimlach. Die woorden hielden in dat zij het moment mocht bepalen dat de kanker haar teveel zou worden. Op 5 december stierf zij omringd door geliefden. Ze was net 65 jaar geworden.

Anton was een muzikant in hart en nieren. Muziek was zijn leven al sinds eind jaren zestig. Tot een paar jaar geleden een zeldzame longziekte op zijn pad kwam. “Niets aan te doen” waren de woorden die zijn arts hem op een dag vertelde. Per periode werd de inhoud van zijn longen steeds minder en zelfs de zuurstofflessen konden hem niet meer op de been houden. Op 4 januari namen wij via facetime afscheid van hem. Het ontbijtje wat hij ooit nog eens voor mij wilde maken is opgeschort naar een ander leven. Op 6 januari werd hij 65 jaar, de dag dat hij besloot te sterven.

Dit is Jord. Hij werd op 2 november 47 jaar. De dag waarop hij met ernstige pijnen in het ziekenhuis aankwam. Eigenlijk had hij daar helemaal geen tijd voor. Teveel te doen. De artsen deden wat ze konden maar tumoren op zes plaatsen tegelijk was ook voor hen teveel. Jord, mooie flaboyante energieke Jord, stierf afgelopen zondag twee maanden na zijn verjaardag.

De blog blijft mijn dagboek. Niet alle verhalen in een dagboek zijn er om er met plezier op terug te kijken. Maar lief dagboek, ik zou voor nu wel even willen dat het even op kan houden. Zomaar voor een jaar of tien.

Mip

 

 

 

Shortlife Stories.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

B&GJ kwamen in juni. Met hun eigen caravan waarmee ze eerst Oostenrijk afstruinden. B zit bij een superdeluxe kook-smaak-goede looks-en veel mooie ingrediënten kookclub. Vorig jaar kreeg ik van haar nog het prachtige,, door de club zelfgemaakt, kook/kijkboek “Met een knipoog naar een ster” waarin heerlijke recepten met prachtige bijpassende foto’s van het seizoen te vinden zijn. Een echte aanrader trouwens om eens op google te zoeken en aan te schaffen. Ze kwamen eerst op woensdag, maar toen bleek dat wij donderdag een echte “haringdag” hadden, kwamen ze toch liever op vrijdag. Haring, niet zo hun ding. Toen waren ze er toch ineens donderdagmiddag. B belde dat ze voor de deur stonden terwijl wij ons nog in Szigetvár bevonden. Geen probleem. Met een half uurtje waren we thuis. B voelde zich niet goed. Had hoofdpijn en nog wat andere ongemakken.  Ze was nog aan het rusten in de caravan en zag er een beetje moe en gammel uit.  Maar bij het weerzien waren haar eerste woorden “Mip, even over het eten”. Ik keek GJ verbaasd aan. Hij haalde zijn schouders op en met een brede grijns “dat is B, mijn vrouw, zij denkt altijd aan eten en ik ben daar helemaal niet ongelukkig mee”. En het kan ook niet anders. B nam voor een paar dagen de keuken over en ik was weer toegevoegd keukenhulp. Heerlijk! Al die heerlijkheden die zij zo maar uit haar handen toverde. Maar vooral ook de schoonheid ervan. Wat ik wel jammer vind is dat ik de andere foto’s niet kan vinden behalve deze hierboven. Een carpacio van bieten met verse pesto en walnoot. Volgende keer zal ik wat dieper in het archief zoeken. Ze moeten er zijn. Dan kan ik ook laten zien dat we ontzettend pret met elkaar hebben gehad.

Dit zijn de dakpannen van de na de storm, maar die zijn allemaal alweer opgeruimd. Hans struinde het internet af voor 2e hands dakpannen, omdat dit een oude soort is en ook een andere maat heeft. Volgens onze aannemer, die we ook wel gekscherend “holnap” (morgen) noemen, omdat hij altijd zegt dat hij holnap komt en dan vooralsnog niet komt opdagen, vertelde dat het een helse klus zou worden om deze zeldzame dakpannen te pakken te krijgen. Maar gelukkig werden ze per honderden aangeboden en daarmee was het probleem getackeld. Nu alleen nog op het dak krijgen en daar hadden we de aannemer voor nodig die maar niet op kwam dagen. Maar afgelopen maandag stond hij ineens op de stoep. Vrolijk, fluitend, nee zelfs zingend betrad hij de ladder en fatsoeneerde het dak alsof het nooit door de storm te pakken genomen was. Volgende week (als het allemaal lukt) timmert hij het dak af en hopen wij dat we voorlopig van  dit euvel verschoond zullen blijven.

Dit is een zonsopkomst zoals ik die vaak vanuit mijn bed kan zien maar die Hans aanschouwt als hij in de vroege morgen een wandeling maakt met de honden. Zulke schoonheid zien we het meest in de herfst en in de winter.

 

Dat de winter er aan gaat komen bewijst deze foto van een vlucht Kraanvogels die wegtrekken naar zuidelijker oorden. Ik hoorde ze overtrekken toen ik hout voor de kachel in de kruiwagen stond te laden. Een zo onmiskenbaar Kraanvogelgeluid. Alsof er houten boten in de haven op de wind liggen te wiegen. Een beetje snerpend maar wel heerlijk geluid. Ik keek omhoog, ze waren vlak boven me. Ik rende, nou ja rende, ik had mijn kaplaarzen aan en daarmee loop ik niet de 100 meter in 10 seconden, hoewel op sportschoenen ook niet. Maar ik rende dus naar huis, rukte Hans uit zijn telefoongesprek en wees naar de lucht. Daar! Daar! Snel! Anders ben je te laat! Kraanvogels vliegen nogals snel, vandaar.  Maar zie de foto’s hierboven en u kunt zien dat het toch nog op tijd is gelukt. In maart wacht ik ze weer op, mits de Kraanvogels verwachten dat er geen lente komt. Maar daar ga ik vooralsnog niet vanuit.

Deze mensen bereiden zich ook voor op de winter. Dit is vorige week in de stad Csepel in Hongarije. De titel boven de foto droeg de naam “het einde van de rij is niet te zien” gemaakt door een minister van het parlement van dit land. Er werden aardappelen en appels uitgedeeld. De minister was trots dat de opkomst zo groot was. Verder gaat het economisch hééél érug goed in dit land.

Dit is een foto die bijna veertig jaar geleden in de winter gemaakt werd en wel op 2 december 1977.  Het was tijdens mijn huwelijk met mijn eerste vriendje met wie ik sinds mijn veertiende verkering had en met wie ik op 21 jarige leeftijd trouwde. Ook na onze scheiding, twintig jaar later, bleven we goede vrienden.

op 30 mei van dit jaar kregen we bericht dat hij ernstig ziek was en nog een half jaar te leven had. Op 18 jani overleed hij aan de gevolgen van kanker. Voor mij was dat een reden om een tijdje even geen blog meer te schrijven. Het verdriet is gezakt maar de pijn blijft nog altijd hangen.

Mip

 

 

 

Short stories.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Wat is dat nou? Vraagt Hans. Ik dacht dat jij druk was een blog te schrijven. Zie ik er allemaal foto’s op staan met een kort verhaal erbij! Tja, zei ik. En dat was dan toch wel het enige woord. Hans vindt dat ik meer verhalen moet schrijven en ik vind het nu makkelijker om de afgelopen tijd met beeld en kleine teksten weer te geven. Short stories voor deze keer dan nog maar.

Deze vogel stoorde ik bij zijn gluurpraktijken in de notenboom. Onder die notenboom struinen de kippen de tuin af op zoek naar lekkere dingetjes. Behalve één kip. Die klom elke dag over het gaas. Het gras aan de andere kant lijkt altijd groener scheen ook deze kip te denken. Meer grasjes, insecten en een fijne kans gewoon de moestuin in te wandelen. De vogel, een volwassen buizerd, bleef terugkeren, dat weet ik omdat hij steeds opvloog als ik onder die boom door liep. Een paar dagen later vonden wij haar verenpak. Geen botje meer over. Geen stukje vlees meer te bekennen. De kip was in de vogel. En de vogel was gevlogen.

Dit is een van de hanen die afgelopen mei bij ons geboren is. Samen met nog een haan en vier kippen. Vooralsnog ging het allemaal goed. De oude haan. Bruno, maalde er niet om, die had zijn eigen toom. Maar toen de beide jonge hanen begonnen te kraaien zagen we de irritatie groeien. Dat begint dan met het echte haantjes gedrag. Breed maken, agressie uitstralen en schijnaanvallen, zodat de jonkies hard wegrennen. Daarna werd het erger. De jonge hanen konden niet meer bij het eten en, eenmaal geslachtsrijp, werd hen ook de weg naar de sexy jonge hennetjes versperd. Elke avond bonje in het nachthok.  Bruno stond bij de deuropening, liet de hanen binnen en donderde ze dan door de andere uitgang weer naar buiten. Toen het moment kwam dat ze recht tegenover elkaar stonden en wij voorzagen dat hier een bloederig drama, waar de dood dan vaak op volgt, aanstaande was. Ik wist het natuurlijk allang, maar duwde het steeds voor me uit. Ja, het was een afspraak en ik zou me er aan houden. Elke dag viel het woord morgen maar afgelopen maandagavond was het moment daar. De volgende morgen vroeg heb ik ze geplukt en schoongemaak. Maar of dat ik met héél véél plezier heb gedaan? Nou, nee.

Ze liggen nu in de vriezer en komen er pas uit als deze slacht van mijn netvlies verdwenen is.

Dit jaar is het tiende jaar dat wij met permacultuur bezig zijn. Permanente agricultuur. De betekenis daarvan is dat er niet gespit wordt. De grond wordt met rust gelaten, zodat slapende zaden niet kunnen uitkomen. Overdekken met gemaaid gras, bladeren en stro uit het kipenhok geeft onkruid nauwelijks de kans om op te komen. Toch, dit jaar liep ik met spa en hark naar de moestuin op zoek naar de veenmol. Omdat er al jaren nesten zitten en het kreng zich steeds meer vermenigvuldigd. Ze eten de wortels, niet de planten. Maar een plant kan nu eenmaal niet leven zonder wortels. En zo zag ik rijen paprika’s, pepers, tuinbonen, sperciebonen, snijbonen, bietjes en capucijners verdwijnen. En daar heb ik genoeg van en daarom heb ik met al mijn fanatisme twee delen van de moestuin diep omgespit. En jawel, ik heb ze gevonden, de krengen. Ze zijn groot en sneller dan water. Maar ik ben groter en ook nog eens sterker. Het is dat het niet nodig was, maar ik was in staat om tot Australië door te graven. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Pompoenen. Dit jaar bedacht ik dat ik die het beste in de kas kon laten groeien. Minder last van ongedierte zoals slakken die pompoenen wel rauw lusten. Nu vraagt de plant nogal wat ruimte, de groei is behoorlijk zeg maar. Toch vond ik dat het moest kunnen, want elke dag een beetje snoeien is natuurlijk geen probleem. Maar ik snoeide niet elke dag, dat kwam door omstandigheden die we ook wel hitte noemen. Al heel vroeg in de morgen was het niet te harden in de kas, dus snoeide ik alleen het voorste deel vlak bij de deur. Tot het moment dat ik door de grote bladeren de pompoenen niet meer zag. Dacht ik eerst nog dat er zeker wel zeven vruchten aan groeiden, bij het weghalen van de hele plant (later in het seizoen) bleek dat er twintig vruchten aan groeiden. Toch nog een leuke verrassing. Maar volgend jaar weer gewoon op de mesthoop. Dat hebben ze ruimte genoeg en blijft het, hoop ik dan, wat overzichtelijker.

 

Pip heeft een hekel aan kruiwagens. Althans, dat is wat ik denk. Of ik nu de kruiwagen vul met onkruid of met stapels brandhout voor de kachel, hij blijft wachten tot ik ga rijden. Dan springt hij op, neemt iets in zijn bek, het maakt niet uit wat, en rent dan blaffend voor mij uit de andere honden aanjagend. Wat betreft dat iets in zijn bek nemen, een tijdje geleden was hij even van slag, was eigenlijk te laat met reageren en kon zo snel niets vinden. Geen stok of bal of iets dergelijks. Even later zag ik hem razen door de tuin met mijn blauwe kaplaars die nu vol gaatjes zit. Om maar even aan te geven dat het niet uitmaakt wat hij in zijn bek heeft, als het maar iets is. Maar dat blaffen is zo irritant. Vooral ook nu zijn blaf flink versleten is en het klinkt als een oude scharnierende deur die op de wind heen en weer gezwiept wordt. Een paar jaar geleden heb ik er iets op gevonden. Als hij in de kruiwagen mag meerijden blaft hij niet. En zo kan het gebeuren dat hij van achter uit de tuin tot aan het huis gereden wordt. Eigenlijk best wel slim, die hond. Poes Fefe had dit keer ook weleens zin om mee te rijden. Maar die blijft wel miauwen.

Dit is Beau als hij de leukste thuis is. “Baas ik weet dat ik niet in die stoel mag, maar de poes doet het ook. Waarom ik niet?” Let even goed op zijn gelaatsuitdrukking en kijk dan naar de volgende foto.

Dit is Beau nadat hij in de nachtelijke uren over de muur is geklommen, de voerbak van Arthur (onze buurhond) heeft leeggevreten en met een vacht vol klittenbollen aan de andere kant van het hek in de tuin staat. De woorden “waar kom jij vandaan?” Zijn genoeg voor deze gelaatsuitdrukking. Zeer schuldbewust. De oren plat, de wimpers een beetje knipperend, de staart laag maar wel licht zwaaiend. Toneelspeler!

Dit is het weer voor nu. Volgende keer meer Short Stories.

Mip

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Ja, ja ik weet het. Het duurde allemaal weer veel langer dan de bedoeling was. Toen ik eenmaal een tijdje gestopt was met schrijven beviel me dat eigenlijk wel. Ineens zag ik de zinloosheid van lange verhalen. Een foto zegt meer dan duizend woorden is een veel gehoorde kreet. En het treft, ik ben getrouwd met een fotograaf. Alweer twintig jaar sinds 27 oktober. Op 26 oktober haalde ik mijn trouwjurk met alle toebehoren van 20 jaar geleden van zolder. Terwijl ik me omkleedde moest ik ineens weer denken aan de toen achtjarige dochter van vrienden. Zij vroeg aan haar vader: “Pap zou Mip in het wit trouwen met een mooie lange sluier?” Ik denk het wel zei hij en ze besloten het met eigen ogen te komen zien. Haar gezichtsuitdrukking staat nog vers in mijn geheugen.


De jas over de jurk was een onderdeel van het geheel. Net als de muts. Allebei afgekeken van een lui paard en daarna in de fabriek nagemaakt.

Van deze jurk met bijpassende fietsbroek heb ik daarna nog heel wat jaren plezier gehad. Net zoals de Dr. Martens schoenen, die draag ik tot op heden nog steeds.

Deze foto maakte Hans om aan te geven dat ook in ons huwelijk de haren ons soms ten berge reizen maar dat ons liefde toch altijd maar sterker wordt.


Dit is ons dak. Niet na een flinke bonje in de relatie maar na een noorder storm die ineens de kracht van een orkaan  had. Niet lang, maar lang genoeg om het dak boven het balkon voor de helft weg te blazen. Gelukkig is het huis nog helemaal in tact.

En dit zijn de pannen. Niet meer te gebruiken. Pip was het er mee eens.

 

Dit is Loes. Mijn schoolvriendinnetje sinds 1969. Ze was “slechts” vijf dagen bij ons maar we hadden voor vijftig jaar in te halen. Heerlijk! Een deel van onze jeugd hebben we weer herbeleefd. De mooie en de minder mooie dingen. Ook dat hoort bij een langdurige vriendschap. eigenllijk is ze niets veranderd. Altijd nieuwsgierig naar de mooie dingen van het leven. Één daarvan is muziek. Dus mocht Hans haar ook een paar uur per dag lenen, zodat ik swingend de keuken in kon voor wat behapbaar voedsel.

Nog maar net aangekomen maar onze woordenstroom begon waarbij het twee jaar geleden ophield toen zij ook hier was.

Maar ze heeft ook altijd veel te vragen en kan bijna niet wachten op antwoord.

Dit is Hans die zichzelf portreteerd na een aanval van de huishoudtrap. Hoewel, aanval? Wat doet een huishoudtrap eigenlijk in het maïs? Welnu, Hans zag hele mooie luchten maar zijn beeld werd verziekt door hoge maïsplanten. Hij haalde de huishoudtrap uit de moestuin. Klom er op. Werd enthousiast van de beelden. Huishoudtrap zakt weg in een molshoop. Huishoudtrap knikte op een punt waar het niet zou moeten. Hans probeerde zichzelf en zijn camera te redden. De huishoudtrap zakte door haar hoeven zoals Bambi met Stampertje op het ijs. En toen was er een klap. Samen hebben ze het er goed vanaf gebracht, Hans en zijn camera. Hoewel Hans wel wat meer schade had. Vooral zijn ego liep de meeste schade op.

Maar opdracht gelukt.

Dit zijn de foto’s van een gewonde vleermuis die Hans op het terras vond. Na een goede verzorging en een paar uur bijkomen in een met keukenpapier belegd koekblik kon hij diezelfde avond weer opstijgen.

 

Dit is een vliegende vleermuis de zgn. Rosse vliermuis die bij daglicht vliegt. Maar alleen in oktober.

Deze foto is gemaakt tijdens mijn verjaardag die ik in de ochtend vierde bij vrienden K&M. Ik wilde geen cadeautjes die ik toch kreeg. Mijn zelfgebakken appeltaart kreeg een voldoende van K die een soort meester bakker is. Dus was het compliment mij veel waard.

 

In september kocht Hans een nieuw set onderbroeken. De gelijkenis met de koelkast is eigenlijk onvoorsteldbaar.

 

Neef Jan Willem en zijn vrouw Marion kwamen een weekendje langs. Ze waren in Slovenië op vaakantie en toch in de buurt. Op deze foto is goed te zien hoe het hier werkt. Beiden schatten zijn hard aan het werk om appels te vermalen voor het palinkavat. Hans geeft aanwijzingen met in zijn rechterhand een ijskoud biertje. Het was geweldig leuk dat ze er waren. Voor nu en nog eens waren onze afscheidswoorden.

De palinkavaten met alle soorten fruit die verstookt moeten worden tot de uiteindelijke drank. Palinka dus.

Nog een laatste foto samen met de honden. Pip, de meest rechtse van de drie, gaat nog steeds ontzettend goed op de cbd’s. Hij slijt zijn ouwe dag in goede gezondheid met het plezier van een jonge hond.

Dit was het weer even. Tot over een paar dagen voor meer nieuws.

Mip

 

 

 

Paradijs in eigen huis?

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen. Hij was zeker anderhalve meter. Maar dat zag ik pas nadat ik hem ontdekte. Dat was toen ik in alle vroegte uit bed kwam. Op de laatste treden van de trap zag ik iets bij de kandálo liggen. Eerst dacht ik nog dat het een fikse hondendrol was maar die bewegen natuurlijk niet. Hij lag er prachtig opgerold zoals alleen een echte slang dat kan. Ik riep Hans en vroeg hem zijn camera mee te nemen. Op de vraag waarom gaf ik geen antwoord, dan zou het geen verrassing meer zijn. De slang keek me aan en ontrolde zich tot die anderhalve meter. Zijn tong bewoog zoals dat van slangen bekend is. Snel. We zetten alvast de deur naar het terras open, zodat de slang zonder al teveel gedoe naar buiten zou kunnen. Toch maar liever geen paradijs in huis.

De slang op zoektocht naar buiten.

Toch nog even een kleine omweg via de tafelpoot.

En daar gaat de slang. Zonder al teveel gedoe naar buiten. Poes Zsazsa zat hier aan de buitenkant achter het gordijn. Wist u dat poezen vanuit het niets twee meter hoog kunnen springen? Wij nu wel.

Deze gebeurtenis vond plaats toen Jorien een weekje op bezoek was. Dat was eind juni. Het was een mooie, enerverende week waarin we elkaar weer beter hebben leren kennen en waarvan de mooie kanten zo goed door de zon belicht werden. Dank Jorien voor het puinruimen in de voortuin en alle andere dingen die je hebt gedaan.Maar natuurlijk ook het plezier en de  fijne gesprekken die we hebben gehad.

Even ontspannen hoort daar natuurlijk ook bij. Maar niet voor Pip, haar bodygard voor die week.

Deze bui kregen we in die week ook nog cadeau. Het was een opluchting na zoveel hitte.

Mip

Weer een hond.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was heel vroeg in de ochtend dat ik haar zag. Het was na de avond van verschrikkelijk onweer en bakken regen tegelijk. Die regen was heel welkon na een lange periode van helse hitte.

Opgelucht door zoveel frisheid wandelde ik naar achteren. Er bewoog iets in het maïs aan de rechterkant. Sissi zag het ook en speerde er op af. Het was bruin en niet al te groot. Ach, dacht ik, kijk nou! Een jonge boxer. Sissie danste speels om het hondje heen maar na wat gegrom en geblaf vond ze het ineens niet meer zo leuk en rende terug in mijn richting met achter haar aan een wat? Niks jonge boxer. Een pittbull! Als er al een hond is die ik verafschuw is het wel een pittbull. Maar ik bleef rustig. Stuurde het beest weg op zachte toon. Dat hielp niet. Iets hardere toon ook niet. Sissie probeerde het beest weg te blaffen toen zij op haar gemak aan Pip begon te ruiken. Pip gaf geen kik, keek niet eens op. Maar Beau nam direct de lange poten naar huis. Nu begon de hond aan mij te ruiken. Zette eerst haar bek (zonder gebruikmaking van haar kleine venijnige scherpe tandjes) om mijn enkel. Daarna begon ze te springen. Steeds hoger. Met gebruikmaking van mijn lichaaam als haar trapeze. Ik weerde haar af met mijn arm onder nu luider geroep om nu toch echt weg te gaan. Steeds weer die slijmerige bek om mijn arm. Welk commando in welke taal ik ook gaf, het beest reageerde nergens op.

Ik besloot richting huis te lopen met de hond als springveer om mij heen. Steeds hoger en hoger. Ondertussen zat ik al onder de schrammen van die gemene harde nagels en toonde de eerste blauwe plekken zich. En ineens, ik weet niet waar het vandaan kwam, hief ik mijn vuist en liet die in een flinke vaart in botsing komen op de kop van de hond die nu bijna op schouderhoogte was gekomen. De hond had dat, net als ik trouwens, niet verwacht en kwam met een klap op de grond en bleef voor een luttele seconde verdwaasd liggen. Ze herstelde zich snel en rende achter Sissi aan die door het hek naar huis wilde vluchten. Nog net op tijd kon ik het hek op slot doen, terwijl de hond door de spijlen van het hek naar de kippen gluurde. Jezus nog an toe! In welke slechte film ben ik nu beland? Ik begon te roepen. Daarna te schreeuwen. Hans!!!! Na vijf minuten verscheen Hans op de veranda maar hij had zijn bril niet op en ook zijn luistervinkjes niet in zijn oren. Ik sprong en zwaaide met beide armen. Hans vedween weer naar binnen.

Veel zelfkennis deed ik op het moment bij het hek wel op. Ten eerste wist ik niet dat ik zo hard en lang achter elkaar kon schreeuwen. Ten tweede dat ook moordneigingen mij nu niet meer vreemd zijn. De hond werd steeds wilder  en probeerde zich door het hek heen te werken. Voor mij lag een flinke steen die ik zou pakken als het beest echt agressief zou worden. Maar toen kwam Hans aan lopen. Netjes gewassen, geschoren en schone kleertjes aan. Toen hij mij zag versnelde hij zijn pas. Schiet op man! Ik sta hier GVD met een pittbull aan het hek! Na kort overleg rende Hans naar huis om een hondenriem te halen, zodat we het beest in ieder geval in bedwang konden houden. De riem was niet genoeg. De hond bleek zo verschrikkelijk sterk, dat zelfs Hans bijna omver getrrokken werd. Nu rende ik naar huis en rende weer terug met een grote hondenbench in mijn handen (toen ik die later terugbracht naar huis, bleek het ding loodzwaar te zijn. Dus wel degelijk kan adrenaline iets voor je betekenen). Na een hoop geduw en geknok zat de hond gevangen in de bench, de kust was nu in ieder geval veilig.

Hans verdween naar Eva, onze overbuurvrouw die als vrijwilligster in het asiel van Pécs werkt en geen grotere liefhebberij heeft dan honden. Gezien de stress hadden we geen erg in de tijd en zo kon het gebeuren dat Hans Eva om kwart over zes uit haar bed trommelde. Nog slaapdronken verscheen zij aan de arm van Hans in de tuin. Bij het zien van de pittbull sloeg ze haar handen voor haar mond. Wat een leuk hondje! Wat een schatje! De hond voelde haar haarfijn aan en begon haar hand te likken door de tralies heen. Ze belde van hier naar daar en van daar naar hier. Niemand kon haar echt op weg helpen. Tot ze ineens een lumineus idee kreeg en verdween. Na enkele minuten keerde ze terug met een een jonge vrouw. De jonge vrouw, die haar peuter op haar arm droeg, herkende de hond als de hare. Probleem opgelost. En zo verdwenen zij de tuin uit. Eva bijna haaks getrokken door de hond  en de vrouw met haar peuter.

Ik nam een lange warme douche en schrobde het slijm van mijn lichaam. Bij het wassen van mijn haar spoelde de hond niet uit mijn gedachte weg. Wat een griezel!

Mip

Hondenweer.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het was de ochtend na een hele nacht harde regen dat hij er niet was. Normaal gesproken kijkt hij je met z’n grote bruine ogen vragend aan: wandelen? Het werd inderdaad een wandeling maar zonder hem. Het werd een zoektocht naar hem. Hans had al een grote ronde gemaakt die niets had opgeleverd. Nu liepen we er samen. De tuin met onze ogen aftastend, de waterloop achter aan de tuin afspeurend. We riepen zijn naam en hadden er ieder onze gedachten bij. Te erg als hij hier moederziel alleen in het natte gras stervende was. Een wegloper is hij nooit geweest. Zou hij dan toch, zoals in de echte gewone natuur, een plek voor zichzelf hebben gezocht? Als je moedeloos wordt gaan je schouders hangen. Want ineens wordt duidelijk dat hij werkelijk overal zou kunnen zijn. Hij kan alle kanten opgegaan zijn. Of misschien was hij gewoon de weg kwijtgeraakt? Nee, hij is de beste speurder van dit halfrond, die raakt de weg niet kwijt. We spoorden de andere twee aan om mee te zoeken. Zij leken hem zelfs niet te missen.

Nogmaals zoeken. Onder elke struik. Onder de grote spar met haar takken laag over de grond. Onder de auto. De caravan. Het kippenhok. In de garage. In de buitenkast. In huis. Geen spoor van hem te vinden. Op straat dan nog maar een keer. Daar kwam juist de aardige vrouw van de geitenboer aanlopen. Ze had een gesprek met Hans dat ik niet kon horen, maar ik verstond wel hun lichaamstaal. Die zag er hoopvol uit. Ze vroeg me met haar mee te lopen naar haar huis. Ze vertelde dat ze hem die nacht van de straat hadden gehaald, nadat alle honden in de omgeving op tilt waren geslagen en de boel bij elkaar hadden geblaft. Ze pakte mijn hand en wees naar het hek waarachter een groot grasloos veld zichtbaar was.  Daar lag hij, onder een boom, heel ongelukkig te wezen. Toen hij me zag kwam hij schuldbewust in beweging, voorzichtig zwaaiende met iets dat op een staart leek. Ooit weleens helemaal gelukkig geworden van  een dertienjarige hond die doorwaterdrijfnat stinkend onder de modder met een vacht helemaal vol distels (die zich ook helemaal in zijn haar en grote pluimstaart  hadden gedraaid )? Nou, wij wel. Ik zoende Pip zijn stinkende natte kop waarna wij samen over straat wandelde en alle honden ons een concert van vreugde toeblafte. Althans, zo hoorde ik het.

Nu is hij weer schoon. Alleen het model van de hond ziet er nu iets anders uit. Grote plukken haar ontbreken op zijn rug, buik, poten, kont en staart. De distels lieten zich niet anders verwijderen dan met een schaar.

Mip.