Lente 2018.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

21 maart 2018. Het vriest. Het sneeuwt. Zaterdag gaat de zomertijd in. Ik weet niet of ik dit jaar de klok  vooruit ga zetten. Eerst maar eens zien of het lente wil worden. Meer valt er niet te schrijven.

Mip

Het was leuk, maar nu is het wel genoeg.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Hierboven de foto’s van begin maart 2018. Kippenvoer is niet alleen voor kippen. Zie hier! De Appelvink, de Keep, de Ringmus, de Heggemus en de Huismus. Dan nog de Kramsvogel, de Spreeuw en uiteraard de Koolmees en het Roodborstje. Maar ook niet te vergeten onze zwarte gastduiven en dan nog een tal van duiven dat zichzelf had uitgenodigd voor een snack. Allemaal op vijf meter afstand van de terrasdeur waar onze stoel regelmatig voor staat. Binnen natuurlijk want buiten vroor het behoorlijk.

Dit is een weekje later. 11 maart om precies te zijn. Hans snoeit de appelboom bij 21 graden, boven nul deze keer. Heerlijk zonnig, zonder wind en weinig wolken. Het ging zelfs zo ver dat wij in de middag naar Pécs reden voor een vers geschept ijsje. Want boven de 20 graden is voor Hans het sein dat hij weer aan de ijskoude calorieën mag. Maar helaas, lege bakken in de toonbank. onze Italiaanse ijsspecialist was ook niet voorbereid op zoveel zonneschijn.

Weer een dag later laat de Berkenboom zien dat de lente echt in aantocht is. De sapstromen in volle gang. Nu tien liter per dag van twee bomen en we hebben er vier maar houden het op twee anders overstromen we nog.

Nog diezelfde dag zagen we en hoorden we een vlucht Kraanvogels. Hans had geen camera bij zich, wat wel jammer is want het was een hele grote club deze keer. En bij thuiskomst zagen wij dat de eerste Ooievaar op het nest is teruggekeerd. Dat wordt hard werken want voor de partner thuis komt moet het hele nest nog worden gerenoveerd. Onkruid en gras eruit en nieuwe takken erin. Die is voorlopig nog wel even bezig.

Vandaag reden we naar het bos om daslook te plukken. De tweede keer al deze week. Eén groot geurend lookbos omringd door miljoenen sneeuwklokjes. Ook dat riekt ontzettend naar lente.

Maar heelaas, niets is minder waar. Vanaf morgen zal de regen uit de hemel kletteren en zal daarna overgaan in een flink pak sneeuw. De temperaturen zakken weer tot winterniveau. Het wordt weer koud. En als ik heel eerlijk ben kan mij dat gestolen worden. Ik wil lente. Heerlijk zonnige lente met bloeiende bomen en een schep in de grond van de moestuin om mijn zaden onder te graven die dan later weer hele mooie planten worden met heerlijke vruchten eraan die we dan op kunnen eten of inmaken of invriezen. Groenten in alle soorten. Daar heb ik zin in. Maar helaas ben ik geen god van het weer en zal ik me moeten overleveren aan die goden die het wel voor het zeggen hebben. Het leven is leuk maar het kan echt een heel stuk leuker.

Mip.

 

 

 

 

Een Land van Fondant.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Het heeft hier gesneeuwd en het is koud geweest. Heel koud zelfs. Nu waren er al eerder voorspellingen die we niet altijd geloven. Sneeuw, jawel, minstens een halve meter. Dit getal namen we toch wel serieus. We spoedden ons naar de winkel om de mondvoorraad aan te vullen voor het geval we zouden insneeuwen. Die sneeuw viel inderdaad. Uren en uren witte vlokken die eenmaal ter aarde smolten op het veel te warme gras. Dat bleef dus niet liggen en veroorzaakte alleen maar een enorme modderzooi. Toen kwam de voorspelling van het koudefront. Ook een lachtertje natuurlijk want het was nog minstens 12 graden boven nul en de cijfers van de voorspelling gaven een variatie van -12 tot -23. En sneeuw, heel veel sneeuw. Ik moet eerlijk toegeven dat deze voorspellingen wel zijn uitgekomen. Ik had mijn lente-outfit al voor in de kast liggen, maar helaas moest die verrruild worden voor dikke winterse kousen, thermo ondergoed en dikke koudebestendige handschoenen. De winter viel dus alsnog, al was het toen al eind februari.

Nu, begin maart, zitten we ineens met een Land van Fondant. Hoe ziet dat eruit? Ga eerst maar met je gedachte naar de echte patisserie. Fondant. Hard aan de buitenkant en als je er in bijt proef je een zoete zachte vulling waardoor de mondsappen spontaan uit je mondhoeken lekken. Dus zo’n substantie maar dan van sneeuw met een laag ijzel er overheen. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik keek naar buiten en had zin om in die heerlijke verse sneeuw een hondenwandeling te gaan maken. Gekleed in thermo en aanverwanten artikelen keek ik nog even op de thermometer en die gaf -10 aan. Met de door schoonzus Marijke gebreide muts flink over de oren getrokken werd ik enthousiast door de honden ontvangen. Winterkaplaarzen aan heeft de betekenis dat er gewandeld gaat worden en zij renden alvast voor mij uit naar het hek. Maar wat liepen ze raar. En waar kwam ineens die takkeherrie vandaan? Ik stapte in de verse sneeuw die zo hard was dat de ijsschotsen naast mijn voeten uitbraken en een enorme knal veroorzaakten. Zeg maar anders dan bij sneeuw die juist het geluid altijd zo mooi dempt. Bij het openen van het kippenhok zag ik kippen die minder enthousiast waren. Zij wisten waarschijnlijk al van de ijzel. Ik strooide van as een pad naar hun voederbak, maar ze hadden geen interesse. De eerste kip rende, dacht ze, naar het houthok. Het is best een koddig gezicht om kippen, gelijk Bambi, over de harde sneeuw te zien trachten een stukje verder komen. Wat meer naar de zijkant was de sneeuw wat zachter en de eerste kip verkoos die route. Er ontstond een heel grappig beeld. Stap, plop, poot in de diepte. Poot terugtrekken, volgende stap, plop, poot in de diepte. Dus van rennen was hier geen sprake. Uiteindelijk, na enige minuten,  had zij haar doel bereikt achtervolgt door andere ploppende kippen. Ik begon er plezier in te krijgen.

Met knallende passen bereikte ik het hek waar de honden stonden te stuiteren. “Nee jongens, vandaag geen stokken. Eerst maar zien tot hoe ver we kunnen komen” sprak ik het drietal toe. Hek open, ging toch wel wat moeizaam. Uiteindelijk met veel gewrik kon ik een opening veroorzaken. Beau en Sissi renden, (nou ja, renden. Het leek meer op een ijsdansact voor beginners) er vandoor en Pip bleef strak naast mij lopen. Wat een geluid! Alsof ik met drie volbloed Friesche knollen op stap was en ik zelf als knallend vermogen er achter aan. Niks lekker rustig. Niks gedempt geluid. Als er al herten in de tuin zouden zijn konden die ons op een kilometer afstand aan horen komen. Er was inderdaad geen beest te zien. Eenmaal achter  in de tuin begon het spontaan te regenen terwijl het nog pittig vroor. Met de mededeling “huis”, omdat ik geen zin had om in een één of andere ijskoningin te veranderen, keerden we om en liepen (de drie zeer teleurgesteld) als een soort circuspaardjes knallend en ploppend richting het hek.  Een Land van Fondant is leuk, maar je moet er niet te lang in  rondwandelen.

Mip

 

Shortlife stories maar soms ook wat langer.

KortLevens verhalen en andere dieren vertellingen.

Het begon met een heel goed idee. Eigenlijk was het idee er al tijden maar het kwam nooit tot uitvoering. In ons dorp, en vele dorpen en steden met ons, is het water op zijn zachts gezegd keihard. Kalk lijkt het hoofdbestanddeel van ons water. En bleek, ook niet te vergeten. Al jaren gebruiken wij flessenwater voor thee en koffie en vaak ook om ermee te koken. Bij binnenkomst van de hoofdwaterleiding hangen speciale filters die elke drie maanden vervangen moeten worden. Bedenk daarbij dat kranen en stortbak regelmatig vervangen moeten worden, omdat ze vastgemetseld zijn door de kalk. Over wasmachine, boiler en vaatwasser hebben we het dan niet eens.

Wij maakten samen een optelsom en kwamen tot de conclusie dat een echte waterfilter, aangesloten op de hoofdwaterleiding, de grootste uitkomst zou kunnen zijn. Hans ging op zoek en vond een mooi en doelmatig exemplaar dat vorige week maandag door een grote vrachtauto van de Hongaarse post bij ons werd binnengereden op een flinke steekkar.

We keken naar de doos en toen naar elkaar. De doos kwam bijna tot aan mijn schouders en leek in het niets op het exemplaar dat ik voor ogen had. Die zou bijvoorbeeld in een gootsteenkastje moeten passen. Misschien zaten er dingen in die op elkaar gestapeld waren. Bij het openen van de doos bleek dat niet het geval. Het plan dat er lag kon hiermee niet worden uitgevoerd. Dat is niet erg, want plannen zijn er soms om te veranderen. De waterman kwam voor bezichtiging en samen met Hans bepaalden ze een andere plek in de badkamer. De rest? Fluitje van een cent. Via de hoofdkraan in de badkamer een leiding aftappen, zoutfilter ertussen en daarna nieuwe leidingen trekken van onder de wastafel richting de waterzuiveringsinstallatie. Want zo kun je zo’n intens groot apparaat wel noemen. Een halve dag werk en omdat het toch begin van de middag was ging de waterman direct en voortvarend aan de slag.

Omdat hij wel iets moest uithakken om ruimte te maken voor de door te trekken leiding en het plaatsen van het zoutfilter hoorden wij hakken en drilboren. Daarna werd het even stil. Toen volgden wat Hongaarse vloeken, daarna weer stilte en toen vloog de deur open. Wij zagen water uit de muur komen waar het eerst niet vandaan kwam. Hij draaide de hoofdkraan dicht, omdat anders eerst de badkamer en daarna het hele huis zou onderlopen. Hij had een leiding geraakt die hij niet had voorzien. Een leiding waar druk op staat. Nu kon hij verder met uithakken om de leiding, die van pvc is, voor een deel bloot te leggen. Toen hij klaar was met hakken zat de werkdag erop. Geen water. Ook niet op voorraad. Dus geen bruikbare wc, keuken en douche. Morgenochtend verder. Ik haalde mijn schouders op en zei: ach, een dagje zonder water moet kunnen.

De volgende dag, dinsdag, bezig geweest met de dingen waar het over ging. Leiding doortrekken en zoutfilter plaatsen. Aan het einde van de dag hadden we via een geinproviseerde oplossing water. Een klein zeikstraaltje, maar er was water.

Woensdag en donderdag bestonden uit spullen kopen in de grote stad en het bedenken wat een oplossing zou kunnen zijn. Toen viel het woord kamer. Kamer? Ja, daar loopt de waterleiding naar het terras en de hele muur rondom de leiding moet open. Nou, zei ik fijntjes, dat gaan we maar gewoon eens niet even doen. Er moet een andere oplossing te vinden zijn. Voor nu maakte hij een betere oplossing voor de lekke waterleiding. Vrijdag wilde hij terugkomen maar wij hadden andere bezigheden die ons hoofd bezig hielden. Maandag had hij geen tijd dus zou hij gisteren, dinsdag, terugkomen om de laatste leidingen naar de waterzuiveringsintallatie aan te leggen.

Vrijdagmorgen. Heerlijk onder de douche, eindelijk. De wasmachine draaide, de vaatwasser maakte overuren. Tegen avond zag ik toch ineens water op de vloer en dat ging best wel snel. Hoofdkraan dicht en als we water nodig hadden alle andere kranen openzetten om de druk op de geinproviseerde lekdichter te verkleinen. Een bad vol water was in ieder geval genoeg om de wc door te spoelen wanneer dat nodig was. Zaterdagmorgen tot in de middag hadden we afspraken buiten de deur en in de avond voegden we ons gewoon even naar de omstandigheden. Maar zondagmorgen, toen ik keek naar het oorlogsgebied waarin onze badkamer veranderd was, besloot ik alsnog de waterman de bellen. Hij kwam, maakte een betere lekdichter en vertrok weer. Zondag en maandag liep het water als voorheen gewoon door de kraan.

Gisteren, dinsdag en ruim een week later, was dan de dag aangebroken voor het laatste deel. De leidngen doortrekken naar de waterzuiveringsinstallatie. De waterman was vrolijk. De leiding had niet gelekt en wij zagen er beiden frisgewassen uit. Om de leidngen vast te zetten moesten er nog wel even wat gaatjes geboord worden in de tegels, zodat hij zadeltjes kon plaatsen om daar de leidingen op vast te zetten. Hans en ik waren druk bezig met het voorbereiden van de lunch die wij samen met een vriend zouden nutigen aan onze tafel. De vriend zou rond één uur verschijnen. Omdat er nog wat kleinigheden ontbraken stapte Hans in de auto om nog wat boodschappen te doen. Het rozemarijnbrood was aan het rijzen, het pizadeeg net zo en alle andere heerlijkheden waren in de maak. In de badkamer klonk het snerpend geluid van een boor door hard steen. Toen werd het stil. Een vloek, op z’n Hongaars. Een openvliegende deur. En toen gebeurde er iets waarmee gelijk het Hongaarse karakter kan worden omschreven. Fuck jouw huis! Ik ben er klaar mee! Jouw huis is een fucking klote huis. Ik keek hem aan. Rustig. Keek naar de muur waar het water uit stroomde. Welnu, dacht ik, je kunt natuurlijk wel mij en het huis de schuld geven maar als je nou gewoon die tegel een beetje had uitgehakt had je kunnen zien waar de leiding liep. Hak maar een gat in de tegel, dan kun je zien waar de leiding loopt zei ik en liep terug naar mijn aanrecht en ging verder met mijn bezigheden. Achter mij sloeg de buitendeur met een klap dicht. Hij zat in de auto, maar wel nadat hij eerst de hoofdleiding had dichtgedraaid. Met woeste manen, ja hij heeft nogal lang haar, stapte hij weer binnen met de melding dat hij eerst wat spullen moest gaan halen.

Hans keerde terug van boodschappen doen, tegelijk met de waterman. Hans keek naar de gootsteen en alle afwas die daarin lag. Ik haalde mijn schouders op. Tja, geen water. Maar daar komt vast wel weer een oplossing voor. Rond één uur pakte hij zijn spullen. De leidingen zijn aangesloten, de twee gedichte gaten houden zich vooralsnog goed. Nu wordt het wachten op de intstallateur van de waterzuiveringsinstallatie. Want hij is degene die het systeem uiteindelijk in werking zal stellen.

En wij? Wij maken nu plannen hoe de badkamer opnieuw ingericht kan worden. Wel staat één besluit vast. Alle leidingen die straks vernieuwd moeten worden komen op de muur. Geen enkele blinde leding, zodat voor altijd zichtbaar blijft waar een probleem zit. Maar eerlijk gezegd hadden we die planning van de badkamer wel wat later in de gedachten. Dat is niet erg, want plannen zijn er soms om te veranderen.

Mip

 

 

 

Shortlife stories.

Er was wel tijd maar geen plaats in mijn hoofd. Natuurlijk was ik zo vaak alweer begonnen met de eerste tien zinnen. En dan dacht ik: “Waarom zou ik schrijven? Wie heeft er wat aan?”. Eerlijk gezegd, ikzelf het meest, omdat het bijhouden van een blog toch meer een dagboek over de gebeurtenissen in ons leven is. Sommige gebruiken facebook of een ander middel om gedachtenspinsels op te schrijven. Ik hou het liever, om veel verschillende redenen, bij een blog.

We hadden veel met de dood deze afgelopen twee maanden. Vier vrienden man/vrouw. En niemand van hen had een leeftijd waarbij je denkt “goh, die heeft de jaren er wel opzitten”. Niet Eén.

 

Half november overleed Peter aan een zelf gekozen dood. Voor zijn werk reisde hij de hele wereld over. Altijd in beweging. Tot die dag dat zijn leven met een rotklap tot stilstand kwam. MS had hem in elf jaar tot een alleen nog pratend wrak gemaakt. Per telefoon namen wij de avond ervoor afscheid van hem. Het was een vreemd maar mooi gesprek. Toen ik wilde eindigen met de woorden “we zien elkaar in de hemel” onderbrak hij mij en zei “die bestaat niet, maar misschien in een ander leven”. Peter werd 52 jaar jong.

Ina was een wervelende vrouw. Kunstnaar in de kunsten en in het leven. Haar “to do” lijst was nog lang, maar vlieglessen en Italiaanse lessen in woord, geschrift en koken in het haar geliefde Rome had ze al kunnen doorstrepen.

Begin december kwamen de eerste verontrustende berichten van haar binnen. Hans, die sinds 45 jaar met haar bevriend was, had het afgelopen jaar al veel gesprekken met haar gehad. “Ik ga drie sterren sterven” zei ze met een vette glimlach. Die woorden hielden in dat zij het moment mocht bepalen dat de kanker haar teveel zou worden. Op 5 december stierf zij omringd door geliefden. Ze was net 65 jaar geworden.

Anton was een muzikant in hart en nieren. Muziek was zijn leven al sinds eind jaren zestig. Tot een paar jaar geleden een zeldzame longziekte op zijn pad kwam. “Niets aan te doen” waren de woorden die zijn arts hem op een dag vertelde. Per periode werd de inhoud van zijn longen steeds minder en zelfs de zuurstofflessen konden hem niet meer op de been houden. Op 4 januari namen wij via facetime afscheid van hem. Het ontbijtje wat hij ooit nog eens voor mij wilde maken is opgeschort naar een ander leven. Op 6 januari werd hij 65 jaar, de dag dat hij besloot te sterven.

Dit is Jord. Hij werd op 2 november 47 jaar. De dag waarop hij met ernstige pijnen in het ziekenhuis aankwam. Eigenlijk had hij daar helemaal geen tijd voor. Teveel te doen. De artsen deden wat ze konden maar tumoren op zes plaatsen tegelijk was ook voor hen teveel. Jord, mooie flaboyante energieke Jord, stierf afgelopen zondag twee maanden na zijn verjaardag.

De blog blijft mijn dagboek. Niet alle verhalen in een dagboek zijn er om er met plezier op terug te kijken. Maar lief dagboek, ik zou voor nu wel even willen dat het even op kan houden. Zomaar voor een jaar of tien.

Mip

 

 

 

Shortlife Stories.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

B&GJ kwamen in juni. Met hun eigen caravan waarmee ze eerst Oostenrijk afstruinden. B zit bij een superdeluxe kook-smaak-goede looks-en veel mooie ingrediënten kookclub. Vorig jaar kreeg ik van haar nog het prachtige,, door de club zelfgemaakt, kook/kijkboek “Met een knipoog naar een ster” waarin heerlijke recepten met prachtige bijpassende foto’s van het seizoen te vinden zijn. Een echte aanrader trouwens om eens op google te zoeken en aan te schaffen. Ze kwamen eerst op woensdag, maar toen bleek dat wij donderdag een echte “haringdag” hadden, kwamen ze toch liever op vrijdag. Haring, niet zo hun ding. Toen waren ze er toch ineens donderdagmiddag. B belde dat ze voor de deur stonden terwijl wij ons nog in Szigetvár bevonden. Geen probleem. Met een half uurtje waren we thuis. B voelde zich niet goed. Had hoofdpijn en nog wat andere ongemakken.  Ze was nog aan het rusten in de caravan en zag er een beetje moe en gammel uit.  Maar bij het weerzien waren haar eerste woorden “Mip, even over het eten”. Ik keek GJ verbaasd aan. Hij haalde zijn schouders op en met een brede grijns “dat is B, mijn vrouw, zij denkt altijd aan eten en ik ben daar helemaal niet ongelukkig mee”. En het kan ook niet anders. B nam voor een paar dagen de keuken over en ik was weer toegevoegd keukenhulp. Heerlijk! Al die heerlijkheden die zij zo maar uit haar handen toverde. Maar vooral ook de schoonheid ervan. Wat ik wel jammer vind is dat ik de andere foto’s niet kan vinden behalve deze hierboven. Een carpacio van bieten met verse pesto en walnoot. Volgende keer zal ik wat dieper in het archief zoeken. Ze moeten er zijn. Dan kan ik ook laten zien dat we ontzettend pret met elkaar hebben gehad.

Dit zijn de dakpannen van de na de storm, maar die zijn allemaal alweer opgeruimd. Hans struinde het internet af voor 2e hands dakpannen, omdat dit een oude soort is en ook een andere maat heeft. Volgens onze aannemer, die we ook wel gekscherend “holnap” (morgen) noemen, omdat hij altijd zegt dat hij holnap komt en dan vooralsnog niet komt opdagen, vertelde dat het een helse klus zou worden om deze zeldzame dakpannen te pakken te krijgen. Maar gelukkig werden ze per honderden aangeboden en daarmee was het probleem getackeld. Nu alleen nog op het dak krijgen en daar hadden we de aannemer voor nodig die maar niet op kwam dagen. Maar afgelopen maandag stond hij ineens op de stoep. Vrolijk, fluitend, nee zelfs zingend betrad hij de ladder en fatsoeneerde het dak alsof het nooit door de storm te pakken genomen was. Volgende week (als het allemaal lukt) timmert hij het dak af en hopen wij dat we voorlopig van  dit euvel verschoond zullen blijven.

Dit is een zonsopkomst zoals ik die vaak vanuit mijn bed kan zien maar die Hans aanschouwt als hij in de vroege morgen een wandeling maakt met de honden. Zulke schoonheid zien we het meest in de herfst en in de winter.

 

Dat de winter er aan gaat komen bewijst deze foto van een vlucht Kraanvogels die wegtrekken naar zuidelijker oorden. Ik hoorde ze overtrekken toen ik hout voor de kachel in de kruiwagen stond te laden. Een zo onmiskenbaar Kraanvogelgeluid. Alsof er houten boten in de haven op de wind liggen te wiegen. Een beetje snerpend maar wel heerlijk geluid. Ik keek omhoog, ze waren vlak boven me. Ik rende, nou ja rende, ik had mijn kaplaarzen aan en daarmee loop ik niet de 100 meter in 10 seconden, hoewel op sportschoenen ook niet. Maar ik rende dus naar huis, rukte Hans uit zijn telefoongesprek en wees naar de lucht. Daar! Daar! Snel! Anders ben je te laat! Kraanvogels vliegen nogals snel, vandaar.  Maar zie de foto’s hierboven en u kunt zien dat het toch nog op tijd is gelukt. In maart wacht ik ze weer op, mits de Kraanvogels verwachten dat er geen lente komt. Maar daar ga ik vooralsnog niet vanuit.

Deze mensen bereiden zich ook voor op de winter. Dit is vorige week in de stad Csepel in Hongarije. De titel boven de foto droeg de naam “het einde van de rij is niet te zien” gemaakt door een minister van het parlement van dit land. Er werden aardappelen en appels uitgedeeld. De minister was trots dat de opkomst zo groot was. Verder gaat het economisch hééél érug goed in dit land.

Dit is een foto die bijna veertig jaar geleden in de winter gemaakt werd en wel op 2 december 1977.  Het was tijdens mijn huwelijk met mijn eerste vriendje met wie ik sinds mijn veertiende verkering had en met wie ik op 21 jarige leeftijd trouwde. Ook na onze scheiding, twintig jaar later, bleven we goede vrienden.

op 30 mei van dit jaar kregen we bericht dat hij ernstig ziek was en nog een half jaar te leven had. Op 18 jani overleed hij aan de gevolgen van kanker. Voor mij was dat een reden om een tijdje even geen blog meer te schrijven. Het verdriet is gezakt maar de pijn blijft nog altijd hangen.

Mip

 

 

 

Short stories.

KortLevens verhalen en andere dierenvertellingen.

Wat is dat nou? Vraagt Hans. Ik dacht dat jij druk was een blog te schrijven. Zie ik er allemaal foto’s op staan met een kort verhaal erbij! Tja, zei ik. En dat was dan toch wel het enige woord. Hans vindt dat ik meer verhalen moet schrijven en ik vind het nu makkelijker om de afgelopen tijd met beeld en kleine teksten weer te geven. Short stories voor deze keer dan nog maar.

Deze vogel stoorde ik bij zijn gluurpraktijken in de notenboom. Onder die notenboom struinen de kippen de tuin af op zoek naar lekkere dingetjes. Behalve één kip. Die klom elke dag over het gaas. Het gras aan de andere kant lijkt altijd groener scheen ook deze kip te denken. Meer grasjes, insecten en een fijne kans gewoon de moestuin in te wandelen. De vogel, een volwassen buizerd, bleef terugkeren, dat weet ik omdat hij steeds opvloog als ik onder die boom door liep. Een paar dagen later vonden wij haar verenpak. Geen botje meer over. Geen stukje vlees meer te bekennen. De kip was in de vogel. En de vogel was gevlogen.

Dit is een van de hanen die afgelopen mei bij ons geboren is. Samen met nog een haan en vier kippen. Vooralsnog ging het allemaal goed. De oude haan. Bruno, maalde er niet om, die had zijn eigen toom. Maar toen de beide jonge hanen begonnen te kraaien zagen we de irritatie groeien. Dat begint dan met het echte haantjes gedrag. Breed maken, agressie uitstralen en schijnaanvallen, zodat de jonkies hard wegrennen. Daarna werd het erger. De jonge hanen konden niet meer bij het eten en, eenmaal geslachtsrijp, werd hen ook de weg naar de sexy jonge hennetjes versperd. Elke avond bonje in het nachthok.  Bruno stond bij de deuropening, liet de hanen binnen en donderde ze dan door de andere uitgang weer naar buiten. Toen het moment kwam dat ze recht tegenover elkaar stonden en wij voorzagen dat hier een bloederig drama, waar de dood dan vaak op volgt, aanstaande was. Ik wist het natuurlijk allang, maar duwde het steeds voor me uit. Ja, het was een afspraak en ik zou me er aan houden. Elke dag viel het woord morgen maar afgelopen maandagavond was het moment daar. De volgende morgen vroeg heb ik ze geplukt en schoongemaak. Maar of dat ik met héél véél plezier heb gedaan? Nou, nee.

Ze liggen nu in de vriezer en komen er pas uit als deze slacht van mijn netvlies verdwenen is.

Dit jaar is het tiende jaar dat wij met permacultuur bezig zijn. Permanente agricultuur. De betekenis daarvan is dat er niet gespit wordt. De grond wordt met rust gelaten, zodat slapende zaden niet kunnen uitkomen. Overdekken met gemaaid gras, bladeren en stro uit het kipenhok geeft onkruid nauwelijks de kans om op te komen. Toch, dit jaar liep ik met spa en hark naar de moestuin op zoek naar de veenmol. Omdat er al jaren nesten zitten en het kreng zich steeds meer vermenigvuldigd. Ze eten de wortels, niet de planten. Maar een plant kan nu eenmaal niet leven zonder wortels. En zo zag ik rijen paprika’s, pepers, tuinbonen, sperciebonen, snijbonen, bietjes en capucijners verdwijnen. En daar heb ik genoeg van en daarom heb ik met al mijn fanatisme twee delen van de moestuin diep omgespit. En jawel, ik heb ze gevonden, de krengen. Ze zijn groot en sneller dan water. Maar ik ben groter en ook nog eens sterker. Het is dat het niet nodig was, maar ik was in staat om tot Australië door te graven. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Pompoenen. Dit jaar bedacht ik dat ik die het beste in de kas kon laten groeien. Minder last van ongedierte zoals slakken die pompoenen wel rauw lusten. Nu vraagt de plant nogal wat ruimte, de groei is behoorlijk zeg maar. Toch vond ik dat het moest kunnen, want elke dag een beetje snoeien is natuurlijk geen probleem. Maar ik snoeide niet elke dag, dat kwam door omstandigheden die we ook wel hitte noemen. Al heel vroeg in de morgen was het niet te harden in de kas, dus snoeide ik alleen het voorste deel vlak bij de deur. Tot het moment dat ik door de grote bladeren de pompoenen niet meer zag. Dacht ik eerst nog dat er zeker wel zeven vruchten aan groeiden, bij het weghalen van de hele plant (later in het seizoen) bleek dat er twintig vruchten aan groeiden. Toch nog een leuke verrassing. Maar volgend jaar weer gewoon op de mesthoop. Dat hebben ze ruimte genoeg en blijft het, hoop ik dan, wat overzichtelijker.

 

Pip heeft een hekel aan kruiwagens. Althans, dat is wat ik denk. Of ik nu de kruiwagen vul met onkruid of met stapels brandhout voor de kachel, hij blijft wachten tot ik ga rijden. Dan springt hij op, neemt iets in zijn bek, het maakt niet uit wat, en rent dan blaffend voor mij uit de andere honden aanjagend. Wat betreft dat iets in zijn bek nemen, een tijdje geleden was hij even van slag, was eigenlijk te laat met reageren en kon zo snel niets vinden. Geen stok of bal of iets dergelijks. Even later zag ik hem razen door de tuin met mijn blauwe kaplaars die nu vol gaatjes zit. Om maar even aan te geven dat het niet uitmaakt wat hij in zijn bek heeft, als het maar iets is. Maar dat blaffen is zo irritant. Vooral ook nu zijn blaf flink versleten is en het klinkt als een oude scharnierende deur die op de wind heen en weer gezwiept wordt. Een paar jaar geleden heb ik er iets op gevonden. Als hij in de kruiwagen mag meerijden blaft hij niet. En zo kan het gebeuren dat hij van achter uit de tuin tot aan het huis gereden wordt. Eigenlijk best wel slim, die hond. Poes Fefe had dit keer ook weleens zin om mee te rijden. Maar die blijft wel miauwen.

Dit is Beau als hij de leukste thuis is. “Baas ik weet dat ik niet in die stoel mag, maar de poes doet het ook. Waarom ik niet?” Let even goed op zijn gelaatsuitdrukking en kijk dan naar de volgende foto.

Dit is Beau nadat hij in de nachtelijke uren over de muur is geklommen, de voerbak van Arthur (onze buurhond) heeft leeggevreten en met een vacht vol klittenbollen aan de andere kant van het hek in de tuin staat. De woorden “waar kom jij vandaan?” Zijn genoeg voor deze gelaatsuitdrukking. Zeer schuldbewust. De oren plat, de wimpers een beetje knipperend, de staart laag maar wel licht zwaaiend. Toneelspeler!

Dit is het weer voor nu. Volgende keer meer Short Stories.

Mip